Zorgenzoon Beeld Libelle
ZorgenzoonBeeld Libelle

Zorgenzoon 64: “Voor het eerst in 55 jaar heb ik een huis dat 100% mijn eigendom is”

Wegens gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. In anderhalf jaar loopt hij zes keer weg, uiteindelijk definitief. Hij gaat naar een woongroep voor begeleid wonen, krijgt op zijn achttiende een flatje toegewezen maar dat gaat mis. Hij komt diverse keren met de politie in aanraking, wordt zelfs gearresteerd. Inmiddels woont hij bij zijn moeder en zusje. Die zijn net verhuisd, naar een nieuwbouwhuis. In het kader van een nieuwe start. Wat Lars gaat doen, weet niemand.

De ochtend na de verhuizing ben ik al vroeg wakker. Ik sta op en loop naar de badkamer, kijk in de spiegel. En schrik me de rambam. Mijn gezicht is rood en gekreukeld. Mijn ogen zijn piepklein. Ik lijk wel 65! Mijn god, in één nacht tijd jaren ouder - en dat allemaal door een verhuizing.

Uitpakken

Veel tijd om te jammeren is er niet, want over vijf minuten staat de monteur van de KPN op de stoep, om het internet te installeren. Hoe groot de puinhoop in je huis ook is, internet moet er zijn. Om de lifeline met de wereld te behouden. En omwille van de good mood van de pubers. Ook de klusjesman meldt zich al vroeg. “Jeetje, gaat het wel”, vraagt hij bezorgd als ik de deur open doe. “Mwah”, zeg ik.

Ondertussen vragen Lars en Bente waar hun kleding ligt. Ik ruk een aantal dozen open en vind de gevraagde items. Dan gaat weer de bel. Twee vriendinnen komen mij helpen uitpakken. De schatten. Ik geef ze een kopje koffie, zeg waar de dozen met de keukenspullen staan en hobbel achter de internetmeneer aan naar beneden om te luisteren hoe het moet met de draadjes, versterkers en afstandsbediening van de televisie.

Míjn huis

’s Middags, als iedereen is vertrokken, kijk ik rond in mijn nieuwe onderkomen. Dozen, overal dozen. Ik duik in de stapel en trek er eentje uit. Schalen en vazen. Ik pak ze uit en zet ze naast elkaar in de houten schuifkast. Volgende doos, de handdoeken. Hup, in de linnenkast. Mijn oog valt op een stapel schilderijen die tegen de muur geleund staat. Ik ontdoe ze van de laagjes bubbeltjesplastic en begin ze op te hangen aan het door mijn zingende klusjesman bevestigde ophangsysteem. De een wat hoger, de ander lager. Gaaf om mijn kunstverzameling ineens in een frisse, strakke omgeving te zien. Een omgeving die mijn huis is. Míjn huis.

Voor het eerst in 55 jaar heb ik een huis dat niet gehuurd of gedeeld is, maar 100% mijn eigendom. Dat ik kan inrichten zoals ik zelf wil. Zonder mopperende man, kinderen met pastachoca-handen of brommers in de gang die de muur beschadigen. (Brommers staan namelijk in de berging. Nooit gedacht dat ik nog een huis met een berging zou krijgen.)

Ik moet er even van zitten. En naar buiten kijken. Naar het gouden licht dat uit de voorbijtrekkende wolken valt. Op het water van het IJ in de verte, op de hijskraan voor mijn neus en op de gele tegels van mijn balkon. De toekomst is begonnen.

‘Ik ga bij pa wonen’

Lars is een stuk minder blij met zijn nieuwe onderkomen. “Ma, wat een stomme buurt hier. Allemaal kakkers. Wil je indruk maken op je vriendinnen ofzo? Wat doen ze hier trouwens steeds?” De vriendinnen vindt hij zo mogelijk nog ergerlijker dan het huis. Het feit dat ze in- en uitlopen, komen helpen uitpakken of zomaar even ‘hallo’ zeggen trekt hij voor geen meter. Hij vindt ze irritant, ze lopen door zijn blikveld, zijn belevingswereld.

Beleefd is hij ook niet, hij dendert door alle gesprekken heen. Met zijn gesnauw, zijn gemopper, zijn beledigende opmerkingen. “Ik kan helemaal niets vinden in deze troep. Jij gaat mijn spijkerbroek maar zoeken, jij wil verhuizen.” Met de dag wordt hij chagrijniger. En onaardiger. Wanneer hij na vier dagen vloeken zijn bokshandschoenen niet kan vinden omdat ik in zijn ogen alles kwijt maak, barst de bom. “Ik vertrek, ik ga bij pa wonen.” Hij slaat de deur met een knal achter zich dicht.

Ik blijf verdwaasd achter. De Lars die zich misdroeg, voortdurend van school gestuurd werd, nachten verdween, vage vrienden kreeg, in een instelling belandde, daar zes keer wegliep, wilde ooit alleen zijn moeder. En zusje. Zijn moeder; ik dus. Ik, die hem tig keer heb opgezocht, heb binnengelaten, heb opgelapt, opgevangen, afgevoerd, heb beschermd, geknuffeld, verzorgd, weggebracht en weer opgehaald, vertrekt. Naar zijn vader. Die hij jaren niet heeft willen spreken. Maar met wie hij nu weer on speaking terms is.

Vertrouwde omgeving

Ik begrijp Lars. Hij moet het afmaken met zijn vader. Kijken waar ze elkaar verloren hebben. En hoe ze weer verder kunnen gaan. Waar kan dat beter dan in ons oude familiehuis. Waar Lars is opgegroeid. Een vertrouwde omgeving.

Zonder nieuwbouw, zonder vriendinnen van zijn moeder. Een moeder die is uitgeput van het opvangen en redderen. Die alles heeft gegeven wat ze kon verzinnen. Maar die nu verder wil en moet bouwen aan haar eigen leven.

Ik wil eigenlijk niet dat hij gaat. Maar het gaat gebeuren, ik voel het.

Grote tassen

Op de eerste zondag in het nieuwe huis is het zover. Lars vertrekt. Zijn hele hebben en houwen heeft hij ingepakt in grote tassen. Bozig. “Ga weg ma, bemoei je er niet mee”, zegt hij als ik vraag of ik kan helpen.

Zelfstandig sjouwt hij alles naar de lift. Ik kijk over de ijzeren reling van de galerij naar beneden als hij wordt opgehaald. Hij sleurt de tassen over straat, drukt de kofferbak van de gereedstaande auto open en laadt alles in. Nog een keer kijkt hij omhoog, naar mij. Ik zwaai. Hij zwaait niet terug en stapt in.

“Je broer is bij papa gaan wonen”, zeg ik tegen Bente.

“Oh,” zegt ze. Een ogenblik kijkt ze even voor zich uit. Dan verdwijnt haar blik weer in haar telefoon.

Stil in huis

Ik ga zitten aan mijn piepkleine keukentafeltje in de keuken. Een leenexemplaar, omdat ik even geen geld meer heb voor een nieuwe. Alle poet zit in dit huis, in de houten vloer, de nieuwe keuken, de tegels in de douche. De keuken is trouwens de enige ruimte waar het momenteel een soort van netjes is. Ik staar naar buiten. Flarden wolken hangen als iele slingers aan de blauwroze lucht. Meeuwen vliegen krijsend langs. In de verte passeert een volgeladen vrachtschip.

De zon zakt achter de huizen. In de verte, achter de historische oude panden en vlakbij, achter de nieuwe stapeldozen. Nog even spiegelt zij in het water. Dan kleurt de avond donkerblauw. En wordt het stil in huis.

Volgende week: Tot slot (Laatste aflevering van Lars)

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden