null Beeld

Zorgenzoon – deel 25: “Hoe kan het nu toch, dat het niemand lukt om Lars te bereiken”

Wegens ernstige gedragsproblemen is Lars in mei 2018 in een instelling geplaatst. Eerst op een gesloten afdeling, later op een open groep. Na vijftien maanden is de rechterlijke machtiging er officieel af. Maar weer thuis wonen vinden de behandelaars geen goed idee. Hij kan beter langer blijven. Lars neemt het heft in eigen hand en loopt voor de zesde keer weg. De allerlaatste…

De gezinsmanager van Jeugdzorg die de ‘zaak Lars’ ruim anderhalf jaar in haar portfolio had, houdt er wegens privé omstandigheden mee op. Hoewel ik het vervelend voor haar vindt dat ze noodgedwongen haar werk moet neerleggen, spijt het me qua persoonlijkheid niet. Ik vond haar moeilijk te peilen en voelde me nooit heel veilig bij haar. Ze was een vreemde, barse vrouw, zo een uit de film van Pippi Langkous, die, omgeven door agenten, op onaanstuurbare kinderen jaagt.

Onaanvaardbaar

In de weken die volgen, is het onduidelijk wie nu onze contactpersoon is bij Jeugdbescherming. De vraag is of er nog een zitting komt, omdat de rechterlijke machtiging voor Lars binnenkort verloopt. Alleen de rechter kan bepalen of het noodzakelijk is dat deze eventueel toch nog verlengd wordt. De gedragswetenschappers van de instelling achten dat zeer noodzakelijk. Maar bij Jeugdbescherming blijft het stil. We krijgen mails van vrouwen met richtlijnen en vragen, vrouwen van wie we het gezicht nooit zullen zien. Dat wekt bij iedereen irritatie op. De advocaat bemoeit zich er nu ook mee en schrijft een pittige brief aan Jeugdbescherming. Onaanvaardbaar vindt hij de situatie. Hoe kun je een kind in deze situatie zo laten dobberen, vraagt hij zich af.

‘Meis’

Uiteindelijk komt er toch een nieuwe gezinsmanager uit de lucht vallen. Karin heeft altijd bij de politie gewerkt en zocht een nieuwe uitdaging, vertelt ze me wanneer ze me belt om een afspraak te maken voor een kennismakingsgesprek. Ze klinkt oprecht en inlevend. Het is toch ongelofelijk hoe afhankelijk je bent van de juiste, aardige, meewerkende mensen. Ze luistert naar mijn verhaal en stelt me gerust. “Ik hoor wel dat je het niet makkelijk hebt, ik ga me best doen voor je, meis,” zegt ze. Dat woordje ‘meis’ klinkt prettig. Alsof er een lieve tante met je meedenkt. Al is Lars voor haar nog een dossier waar ze nog geen beeld bij heeft.

Treinwagon

Ondertussen bereikt ons het bericht dat ook Hakim, de vaste mentor van Lars, naar een andere groep is overgeplaatst. Een tegenvaller. Hakim was betrokken en leek Lars goed aan te kunnen. Ook ik mocht hem wel. ‘Welkom in de wereld van de hulpverlening’ zegt een vriendin tegen me, die zelf ook een moeilijke zoon heeft en het traject wat ik nu loop, jaren geleden al aflegde. Haar zoon was ernstig wietverslaafd en belandde uiteindelijk dakloos in een treinwagon. Inmiddels is hij allang bij zinnen gekomen, heeft hij een opleiding tot grafisch vormgever afgerond en woont nu zelfs samen. Zie, ooit komt het goed, houd ik mezelf voor.

Nieuwslezeres

In een overdrachtsdossier beschrijft Hakim de stand van zaken rondom Lars. Het gaat over zijn gedrag, zijn schoolgang. ‘Hij gaat dit jaar examen doen in zeven vakken,’ staat er. Mits de instelling hem binnen kan houden en Lars zich voegt naar de regels. Ik kom er ook in voor; ‘moeder is nog niet altijd stabiel’ staat er. Tjonge, zo hoor je nog eens wat over jezelf. Maar er staat ook, dat als Lars een woede aanval heeft, het soms kalmerend kan werken als hij zijn moeder mag bellen.

Een maand na haar aanstelling is Karin al flink geïntegreerd in onze situatie. Haar zorgen zijn nu ook op Bente gericht, omdat deze bokkige jongedame regelmatig niet naar school gaat. ‘School is onzin,’ is het motto van mijn jongste. Als gezinsmanager focus je je niet alleen op ‘het probleemgeval’ maar houd je ook de andere huisgenoten goed in de smiezen. Karin is blond en aardig, type nieuwslezeres. Ik vertel kort hoe de vlag ervoor hangt. Ze belooft er voor ons te zijn.

Escalatie

Lars is wederom niet op tijd teruggekeerd van zijn weekendverlof bij mij. Wanneer hij uiteindelijk drie dagen te laat toch zelfstandig per trein terug reist, mondt het op de groep al snel uit in een escalatie. Een begeleider ruikt een sterke wietgeur. Wanneer deze er bij Lars naar informeert, wordt Lars boos, begint te schelden. Hij wordt verbaal zo grof dat de begeleiders het gesprek afkappen, zijn telefoon en televisie innemen om hem een signaal te geven dat hij niet vrijblijvend en wanneer het hem uitkomt, respectloos kan reageren. Lars kalmeert heel even om later opnieuw de gezamenlijke ruimte binnen te stappen en net te doen of er niets aan de hand is. Als hier een opmerking over gemaakt wordt, barst Lars opnieuw in woede uit. Hij schreeuwt dat iedereen hem met rust moet laten, dat er niets mis met hem is en dat hij geen begeleiding nodig heeft. En dat hij zijn advocaat wil bellen om een klacht in te dienen tegen Hakim en tegen Jeugdzorg in het bijzonder.

Onmacht

Hakim heeft het hele gebeuren opgetikt in een mail en deze aan alle belanghebbenden gestuurd. Bedroefd lees ik het geschrevene door. Onderaan de mail schrijft Hakim dat er nu toch snel een plan moet komen om de volgende negen maanden te zorgen dat Lars vooruit gaat en niet achteruit, zoals momenteel het geval is. En dat Lars voorlopig niet op verlof mag.

Ik denk aan Lars, vervuld met onmacht, frustratie, onbegrip. Denkt dat iedereen tegen hem is. Dat niemand hem wil helpen.

Hoe kan het nu toch, dat het niemand lukt om Lars te bereiken. Hem te behandelen. Te genezen. Te helpen. Dat we na anderhalf jaar instelling met zijn allen in plaats van naar een mooie oplossing te werken, de grip verder verliezen.

Ik ben er naar van. En weet ook dat Lars niet gaat zitten afwachten tot de hekken voor hem omhoog gaan en hij zijn vrijheid tegemoet kan treden. Hij heeft genoeg gewacht, hij gaat het zelf regelen.

De laatste keer

Vijf dagen voor Bentes vijftiende verjaardag gaat de telefoon. De instelling meldt dat Lars, ondanks duidelijke instructies, toch de benen heeft genomen en zichzelf op weekendverlof heeft gestuurd. In stilte maak ik de balans op; het is de zesde keer dat Lars op eigen initiatief de eeuwige groene jachtvelden heeft verruild voor de stadse verlokking. Zijn eigen onrust. Omdat hij vrij wil zijn. Omdat zijn vrienden er wonen. Omdat er een spannend leven lonkt. Omdat Bente en ik er wonen. Eens is het genoeg en eens moet iets de laatste keer zijn.

Volgende keer: Lars laat zich niet meer vangen en duikt onder...

Dit is de vijfentwintigste aflevering van een serie columns over Lars (18), een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden