null Beeld

Zorgenzoon – deel 26: “Ik open toch iedere keer de deur voor mijn ‘voortvluchtige’ kind”

Wegens gedragsproblemen verbleef Lars (17) anderhalf jaar in een instelling. Hij liep vijf keer weg, maar werd steeds opnieuw teruggebracht. Nu de rechterlijke machtiging verlopen is, vindt Lars het genoeg geweest en ontsnapt wederom. Dit keer definitief. Zijn moeder neemt het heft in eigen hand en schakelt een coach in.

Lars is back in town. Hij slaapt weer in zijn eigen oude bed, dat hij kreeg nadat zijn bed in de lucht op zijn twaalfde verruild werd voor een ruime twijfelaar. Deed deze in ons nieuwe huisje wegens ruimtegebrek dienst als bank, nu ligt de rechtmatige eigenaar er weer in. Hoe het verder moet, weet ik ook niet. Wat ik wel weet is dat Lars zeker weet dat hij niet meer teruggaat naar de instelling. “Nooit meer”, zegt hij met vastbesloten en bozige toon. Hij gedraagt zich als een schichtig hert. Vraagt voortdurend of ik zijn mentor al gesproken heb en of de politie nog langs is geweest. Als de bel gaat, roept hij in paniek: "Wie is het ma, wie is het?" en als ik aan de telefoon ben, houdt hij mij scherp in de gaten om aan mijn toon het gespreksonderwerp te kunnen afleiden.

Voortvluchtig

Relaxt in huis is het niet. Sterker, iedereen is gespannen. Alsof we iemand verborgen houden die gezocht wordt. Ondertussen bemoeien alle ‘profs’ zich er op afstand mee. De politie zegt dat als er geen rechterlijke machtiging ‘op’ iemand zit, ze niet in actie komen. En dat het een zaak van de instelling is. De instelling wil wel dat Lars terugkomt, maar wil niemand sturen om hem op te halen, omdat de kans dat hij thuis is als zij komen heel klein is, en de kans dat hij vrijwillig meegaat nog kleiner. En ze mogen hem niet beetpakken om hem mee te nemen.

Karin, de nieuwe gezinsmanager van Jeugdzorg, adviseert mij om te blijven proberen Lars vrijwillig terug te krijgen. Harm vindt dat ik de voordeur voor Lars gesloten moet houden. "Laat hem maar op straat blijven, dan gaat hij vanzelf wel naar de instelling terug", luidt zijn redenering. Maar dat kan ik niet over mijn moederhart verkrijgen. Bovendien gaat Lars dan net zo lang op het raam kloppen of aanbellen tot of het raam kapot gaat of dat er iemand open doet. Ook weet ik zeker dat Lars echt niet uit eigen beweging teruggaat. Eerder zal hij onderduiken bij ‘vrienden’ waarvan niemand weet waar ze wonen. Of hij belandt echt op straat. Dus volg ik mijn hart en open toch iedere keer de deur voor mijn ‘voortvluchtige’ kind.

Gat in de deur

Omdat Lars opgefokt is door de spanning, is hij nog explosiever dan anders. Hij vertrouwt niemand, ook mij niet, en schreeuwt en scheldt erop los. Als iets hem niet zint, neemt hij een dreigende houding aan. Uit woede schopt hij een keer hard tegen de slaapkamerdeur van Bente. Omdat hij zo sterk is, bezwijkt deze direct. Een flink gat markeert nu zijn uitbarsting. Verdorie, dat zal de huisbaas niet leuk vinden. Gelukkig komt deze nooit zomaar langs. Dus moet ik zorgen dat het gat gerepareerd wordt. Of er een schilderij voor zetten als de beste man komt om bijvoorbeeld de verwarming te ontluchten. Al heb ik momenteel heel andere zorgen aan mijn hoofd.

Jeugdzorg vindt onze nieuwe thuissituatie zorgelijk en organiseert een escalatietafel. Dat betekent dat alle betrokken partijen met elkaar in gesprek gaan om een oplossing te bedenken. Zelf vind ik ook dat er iets moet gebeuren, Lars kan met dit gedrag niet thuis wonen. De systeemtherapeut waarmee ik al anderhalf jaar wekelijks gesprekken voer, vindt dat onze veiligheid niet gewaarborgd is en dat Bente tijdelijk bij iemand anders moet gaan wonen. Maar Bente wil hier niets van horen. "Ik blijf hier wonen, klaar", zegt ze standvastig. Waarop de therapeut zegt dat hij een ondertoezichtstelling gaat aanvragen bij de Kinderbescherming.

Coach

De dagen verstrijken, worden weken. Er gebeurt niets. Ik vertrouw niet langer op de autoriteiten, neem het heft in eigen hand en schakel een Marokkaanse coach in die ons al eerder hielp, toen Lars nog op school zat en weer eens gevochten had. Destijds begeleidde hij de herstelgesprekken. In mijn optiek was hij de enige voor wie Lars respect had. De man werkte jarenlang in een jeugdgevangenis en een tbs-kliniek. Hij belooft met Lars te praten. Een paar dagen later spreken de twee af op een terras in de buurt. Na anderhalf uur krijg ik een telefoontje met de vraag of ik ook even aan wil sluiten.

Ik tref een rustige coach en een bozige Lars die gespannen in rondjes om de tafel loopt. “Hij gaat echt niet meer terug naar de instelling, dat kun je wel vergeten”, zegt de man tegen mij. “Maar ik heb goede contacten bij diverse Begeleid Wonen instanties. Ook is mijn zus directeur van een ROC. Ik ga kijken wat ik kan doen.” Wow! Na weken overleggen zijn de specialisten er nog niet uit, na anderhalf uur praten met een man uit de praktijk liggen er zowaar een paar opties op tafel. Ik kan deze kanjer wel zoenen. De coach belt ter plekke met gezinsmanager Karin. “Ze gaat akkoord”, zegt hij. Hoewel er nog niets geregeld is, fiets ik toch met een iets lichter gemoed naar huis.

Boze mail

Twee dagen later krijg ik een woedende mail van de gedragswetenschapper van de instelling. Ze vraagt zich af hoe het in godsnaam mogelijk is dat er niet naar hen geluisterd wordt. In plaats van te zorgen dat Lars op de instelling weer achter gesloten deuren komt, wordt er nu gekeken naar mogelijkheden voor Begeleid Wonen. "Dat is tegen ons advies in en niet het allerbeste voor Lars", schrijft ze.

Mijn telefoon gaat. De coach zegt dat Lars morgen terecht kan voor een kennismakingsgesprek bij een Begeleid Wonen groep. En over een week heeft hij een intakegesprek bij het ROC, afdeling horeca. Kijk, dat is nou eens actie ondernemen. Ik klik de mail gauw dicht.

‘s Avonds sta ik boven op het balkon dat grenst aan de televisiekamer. Nu de slaapkamer van Lars. Buiten kleurt de herfstzon de hemel koraalrood. Het is letterlijk een glorende hoop. Hoe het verder zal gaan, weet ik niet, maar er gebeurt in ieder geval iets.

Dit is de zesentwintigste aflevering van een serie columns over Lars (18), een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden