null Beeld

Zorgenzoon – deel 27: “Ik ervaar een licht gevoel van positieve opwinding”

Na anderhalf jaar in een instelling te hebben gewoond, is Lars na zes keer weglopen, definitief ontsnapt. De politie wijst naar de instelling en andersom, Jeugdzorg zoekt naar een oplossing. Zijn moeder neemt een coach in de arm en onderzoekt in haar stad de markt voor Begeleid Wonen.

Samen met Lars zit ik in de auto. We rijden rond in het havengebied van de stad, op zoek naar Karakter, een vestiging van begeleid wonen. Loodsen en ongezellige bedrijven zitten hier zij aan zij. “Jeetje, wat ver weg van de stad,” zegt hij als hij de industrieterreinen vanachter het autoraam inspecteert. Uiteindelijk stoppen we bij een lelijk gebouw. Gewapend met een onderzoeksrapport uit de instelling, lopen we naar binnen. Waar we heel hartelijk worden ontvangen door Ahmed, een charmante jongeman. Hij kijkt naar Lars, stelt hem enkele vragen die Lars stuurs beantwoordt. Dan krijgen we een rondleiding door het gebouw.

Blowen is toegestaan

Hoewel de omgeving desolaat is, ziet het er overal netjes uit. De kamers zijn fris en modern ingericht, er is een grote keuken en zelfs een voetbal loods. En diverse katten, voor de huiselijke sfeer. Helaas is Lars mega allergisch, dus dat is jammer. Ondanks het nette interieur, is er weinig sfeer en lijkt het mij vreselijk om hier te wonen. Maar Lars vindt het allemaal prima. Je mag niet binnen roken, maar buiten wel. “Zelfs blowen is toegestaan,” zegt Ahmed. “Als we het gaan verbieden, gebeurt het namelijk toch, dus dan kunnen we het beter gedogen en in de gaten houden.” Ahmed vertelt over diverse voorgaande bewoners en hoe het hen verder vergaan is. “We hadden hier een jongen die iemand uit zelfverdediging in zijn nek had gestoken. Hij is hier helemaal opgeknapt, gooide zijn leven over een andere boeg en is nu topmodel.” Natuurlijk, ze vertellen hier de succesverhalen, niet hoe hoe het ook mis kan gaan. Ahmed zegt dat hij gaat kijken wat hij kan doen voor Lars en belooft mij de volgende dag terug te bellen.

Opgelucht

Ahmed houdt woord. Hij vertelt dat hij twijfelt of Lars op zijn plek is bij deze organisatie. “Ik denk dat hij toch meer begeleiding nodig heeft dan wij kunnen bieden,” zegt de vriendelijke man. “Je moet hier behoorlijk zelfstandig zijn, en volgens mij is Lars dat nog onvoldoende.” Ik ben het met hem eens. Ahmed zegt dat hij contact zal opnemen met een andere begeleid wonen organisatie om te informeren of daar wel plek is. Ik bedank hem voor de moeite. Stiekem ben ik opgelucht dat Lars niet op deze ongure plek hoeft te wonen.

Een paar dagen later word ik gebeld door Jeugdzorg gezinsmanager Karin. Ze heeft een ander adres gevonden waar per direct plek is voor Lars. Deze instantie is nog maar net geopend en heeft een pand gehuurd in eveneens een buitenwijk van de stad. Maar naar het schijnt niet zo naargeestig.

Witte vloerbedekking

Daar gaan we weer, Lars en ik. Hij kijkt wederom bozig uit het raampje, heeft zijn oortjes in. ‘Praat niet tegen me ma', zegt hij. Zwijgend slalom ik door het drukke verkeer. En kom aan in een doodlopende straat die uitkijkt op een brede groenstrook met bomen. Het woord park gaat te ver, maar mistroostig is de aanblik zeker niet. We bellen aan bij een groot hoekpand in een normale woonwijk vol rijtjeshuizen. Een knappe vrouw van in de dertig doet open. “Hoi, ik ben Tamara, de gedragswetenschapper,” zegt ze. Ach ja, bij een nieuwe toko hoort een nieuwe gedragswetenschapper. Het huis oogt spiksplinternieuw. Althans, de inrichting ziet er ongebruikt uit. Moderne keuken, witte frisse muren. Lars en ik volgen haar naar boven. Overal ligt witte vloerbedekking. “Er is hier ruimte voor vijf jongens,” legt Tamara uit. “Lars heeft de eerste keus uit de kamers.” Kijk, dat is nog eens goed nieuws. In stilte vraag ik me af wie deze inrichting bedacht heeft; hoe kun je nu met een hok vol moeilijke aanstuurbare pubers een spierwitte vloerbedekking kiezen? Ik zet mijn Miep Kraak gedachten opzij en concentreer me op de tour. Er is een gezamenlijke ruimte boven met een neerplof bank. En zowaar een ruime tuin. Met nepgras. “Voor de bbq” legt de knappe dame uit. Op de bovenste etage zijn nog twee kamers, een hele grote en een hele kleine plus een ruime doucheruimte. Alles oogt ruim en fris. De buurt lijkt me een prima woonwijk en als ik uit de ramen kijk, zie ik groen. Niet het soort intense diepe groen zoals de oerwouden van de omgeving waar de instelling gevestigd was, maar een aardig uitzicht voor een stadse dude.

Duiventil

Ik ervaar een licht gevoel van positieve opwinding. Of is het opluchting? Wat een mooie kans voor Lars! De eerste bewoner van een nieuwe begeleid wonen vestiging. Met tram- en busverbindingen en winkels binnen handbereik. Dat is wel even andere koek dan een gesloten groep deep down in het oosten waar geen normale winkel in de buurt is.

Lars is echter niet laaiend enthousiast. Hij staat de gedragswetenschapster te woord zonder haar aan te kijken, zegt dat hij zo weinig mogelijk bemoeienis wil, van welke hulpverlener dan ook. Wanneer hij een kamer uit mag zoeken, kiest hij het allerkleinste kamertje uit van het hele huis. Ik spoor hem aan beter te kijken maar er valt geen moedertjelief aan te tornen. Het is deze duiventil of niets.

We spreken af dat Lars over twee dagen zijn intrek neemt in dit huis met haar friswitte tapijten en dakterras. Lars is bokkig en vindt het maar zozo. Maar ik ben tevreden over deze nieuwe koers. Of het gaat werken moeten we maar zien. Het onderkomen is in ieder geval op orde. Lars krijgt een nieuwe kans, hij woont op zeer goed reisbare afstand van mij vandaan en hij heeft, als het goed is, na de kerstvakantie een school.

Instelling gesloten wegens wanbeleid

De volgende ochtend kijk ik in mijn telefoon en zie een app van een vriendin. Ze heeft een gekopieerd bericht uit een landelijk dagblad meegestuurd. ‘Jeugdinstelling gaat sluiten wegens personeelstekort, wanbeleid en schulden.’ Het betreft de instelling waar Lars anderhalf jaar verbleef. Ik wrijf in mijn ogen. Is dit een grap? Ik lees het kleine berichtje uit de krant. ‘Bij de jeugdzorginstelling die al sinds 1851 in de Veluwse bossen resideert, rommelt het al een tijdje. De instelling raakt in opspraak door de omstreden ‘stilzit maatregel’, die binnen enkele leefgroepen werd toegepast om te straffen. Kinderen moesten urenlang in de gezamenlijke woonkamer aan de eettafel zitten zonder een woord te zeggen of mochten niet van hun kamer af komen. De kwaliteit van de zorg zou ernstig te wensen overlaten en het ontbreken van stabiele begeleidingsteams zou geleid hebben tot wanbeleid. Daarnaast kampt de organisatie met ernstige financiële problemen. Er staat een financieel verlies te boek van vier miljoen euro.”

Toeval bestaat niet

Perplex leg ik mijn telefoon weg. Toeval bestaat niet. Precies een dag nadat Lars een nieuw onderkomen heeft, is de wereld waarin hij anderhalf jaar verkeerd heeft, onbewoonbaar verklaard. Kerst nadert, ik ben het universum en de kerstman dankbaar voor hoe het is zoals het is.

Volgende keer: Lars moet wennen in de woongroep. En lapt de huisregels aan zijn laars.

Dit is de zevenentwintigste aflevering van een serie columns over Lars (18), een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden