null Beeld

Zorgenzoon deel 31 – Hij zei: “Wat mij is overkomen, gun ik niemand”

Wegens ernstige gedragsproblemen werd Lars op zijn vijftiende in een instelling. Na anderhalf jaar is hij terug in zijn geboortestad Amsterdam en woont u in een kamer in een begeleid Wonen groep. Hij staat nog vaak bij zijn moeder voor de deur. De Raad van Kinderbescherming heeft een onderzoek ingesteld. De hele familie wordt om beurten ontboden.

Op de laatste donderdag van de maand januari moeten ook mijn kinderen zich melden bij het grote grijze gebouw waar de Raad van Kinderbescherming zetelt. Bente moet eerst, Lars komt direct na haar. Ik vind het vreselijk voor hen dat zij dit moeten ondergaan. Dat zij een jeugd hebben die niet zorgeloos en vrolijk is, maar geplaveid met hobbels en gaten. Schuldig voel ik me ook, dat wij als ouders dit alles niet hebben weten te voorkomen. Ik weet ook dat het geen zin heeft om te weeklagen, want het is zoals het is. Ik bied Bente aan om haar te brengen, maar ze wil er niet van horen. “Nee hoor, hoezo, ik ga alleen,” zegt ze vastberaden. Als het tijd is om naar het gesprek te gaan, meldt zich plots een van haar beste vriendinnetjes, Jamie. “Ik ga gezellig mee,” zegt ze. Ik ben ontroerd. Wat fijn dat Bente steun heeft bij deze vervelende gebeurtenis. Dat ze niet bij het gesprek mag zitten, vindt ze niet erg zegt ze. “Ik wacht gewoon op de gang tot het klaar is.” Samen gaan ze de deur uit. Wat zijn kinderen toch ook veerkrachtig, zelfs van een naar verhoor door Hele Strenge Mensen weten ze een gezellig uitje te maken.

Chocomel

Ze blijven heel lang weg. Wel tweeënhalf uur. Nerveus loop ik door het huis. Hoe kan dat nou, zo lang zal het toch niet duren. Dan hoor ik geluid in de gang beneden. Vrolijk pratende stemmen. “Hoi ma,” roept Bente. “Hoe was het?” informeer ik gespannen. “Oh prima hoor,” antwoordt ze. “We hebben nog gewacht tot Lars ook klaar was.” “Ik viel bijna in slaap op de bank,” vertelt Jamie. “En heb wel vier kopjes chocomel uit de machine gehaald.” “Zo nu gaan we gamen,” zegt Bente. Vrolijk kwebbelend vertrekt het duo naar zolder. Waar Lars is, weten ze niet. Ik ben een beetje opgelucht. Omdat deze vervelende dag al een heel eind voorbij is. En er niemand neerslachtig is. Ik stap op de fiets om boodschappen te gaan doen voor het avondeten.

Wanneer ik de volgende dag de gezinsmanager nog even kort spreek, vertelt deze dat Lars in het gesprek vooral heeft aangegeven dat Bente bij haar moeder moest blijven wonen. “Wat mij is overkomen, gun ik niemand,” zo heeft hij klaarblijkelijk gezegd. “Uit huis geplaatst worden is afschuwelijk.”

Gestolen cadeau

Het wordt februari. Een harde winterzon zorgt voor een zilveren randje op de koude dagen. Valentijnsdag dient zich aan. Er waren tijden dat dit best een grappige dag was, waarop ik wel eens een kaartje onder mijn kussen vond. Of bloemen op mijn bureau. Al was het maar van een vriendin. De afgelopen jaren was het een dag als alle andere. Maar nu val ik onverwacht in de prijzen. Lars stapt binnen. “Hier,” zegt hij. Ik hoor een lichte trots in zijn stem. Hij overhandigt mij een parfumflesje. Givenchy staat er op het zwarte etiket. Er zit geen dop op. En er is al wat uit. Het ruikt een beetje kruidig. Ik ben overdonderd. Dat hij dit cadeau niet zelf gekocht heeft, is wel duidelijk. Maar ik ben toch ontroerd. Een cadeau van je kind is altijd geweldig. Ook als het gestolen is.

Taalfouten

Twee weken na het raadsberaad krijg ik een mail waarin ik een samenvatting teruglees van hetgeen ik gezegd heb. Puntsgewijs lees ik mijn eigen opmerkingen terug. Het verslag is opgesteld in telegramstijl, in bijna kinderlijke taalgebruik. Wat de tegenstelling met de heftige lading vreemd maakt. ‘Bent kan Lars af en toe sarren. Soms slaat Lars Bente. Als moeder aangeeft dat ze moeten stoppen dan doen ze dit ook.’ en ‘Bente mist het gezinsleven en haar vader.’ ‘Lars spreekt veel straattaal. Als Lars boven met zijn vrienden belt, kan moeder hem niet verstaan.’ Het wemelt van de stijl- en taalfouten. Zinnen waarin woorden ontbreken of die halverwege ineens ophouden. Dat stoort mij mateloos, dat er geen spellingcontrole over de tekst is gehaald. Alsof het er niet toe doet hoe het er staat, als er maar wat staat. Gelukkig zijn al mijn toevoegingen inhoudelijk wel goed weergegeven. En deze zin vind ik fijn: ‘De band tussen moeder en Bente is bijzonder.’ Ook al weet ik dat het mijn eigen woorden zijn.

Mijn eindconclusie, dat Bente is opgebloeid, het veel beter doet op school en thuis kan blijven wonen, in tegenstelling tot Lars die ik een geborgen plek op een begeleid wonen groep gun, klopt gelukkig ook. Ik corrigeer de vele spelfouten, reageer her en der nog met wat opmerkingen en stuur dan het hele verslag retour. Voor het grote eindverslag, waarin de opmerkingen van zowel Harm alsook die van de kinderen zijn meegenomen, moeten we nog even wachten tot maart.

Kuren in de Bohemen

Eerst is de voorjaarsvakantie aan de beurt. Bente gaat mee skiën met de vader van zijn beste vriendin. Harm gaat ook een paar dagen mee. Een revolutionaire ontwikkeling, dat Bente toenadering van hem accepteert. Ik gun het beiden enorm dat ze hun onderlinge band weer kunnen opbouwen.

Ik ga niet skiën maar vertrek met een vriendin naar de Bohemen in Tsjechië. Het dorpje Mariánské Lázně, ook wel Mariënbad genoemd, is een beroemd kuuroord. Vooral in de Slavische landen. De stad is ontstaan aan het einde van de 18e eeuw, toen de onherbergzame vallei van het Slavkov-bos werd veranderd in een levendige stad met parken, colonnades, charmante paviljoens en wandelpaden. Monniken ontdekten er een bron en bouwden er een klooster. Toen artsen vaststelden dat het bronwater geneeskrachtig was, kwam de stroom bezoekers op gang. Met name de rijken kwamen er om te baden en behandelingen te ondergaan. Goethe was vaste klant, de Russische schrijver Alexander Gontsjarov werkte er aan zijn roman Oblomow en Richard Wagner deed er inspiratie op voor Lohengrin.

Thelma en Louise

Mijn vriendin, ook gescheiden, en ik rijden met een goed gevulde proviand mand en in onze koffers onze mooiste jurkjes, richting het beloofde kuurparadijs. We voelen ons oud en versleten en kunnen allebei wel een oppepper gebruiken. Het leven heeft ons goed te pakken gehad. Gelukkig ging zij scheiden toen hun kinderen het huis uit gingen. Dat had ik ook wel gewild. Maar soms gaat het lot er met je vandoor.

Als Thelma en Louise scheuren we richting Bohemen. Het is net zo ver rijden als Oostenrijk. We zingen liedjes, praten over het leven, de verloren liefde. Ook al kennen we elkaars verhalen allang. Het blijft boeiend te mijmeren over dat wat eens was. En te dromen over wat hopelijk nog komt.

Ons hotel Mariánské Lázně overtreft onze stoutste dromen. Het is groot, majesteus, vijf sterren. Het Amstel hotel verbleekt erbij. En de grap is: het is er spotgoedkoop. Het wemelt van de Russen en Polen. Iedereen komt hier om voor een mooi prijsje zich te laten oplappen. Wie wil, kan in een verderop gelegen kliniek ook cosmetisch chirurgie ondergaan We verkennen het hotel. Kroonluchters verlichten de lange hotelgangen, waarop een dik rood tapijt ligt. We wandelen langs kamers met intrigerende teksten als Ober Schwester en Gasbad. Het personeel draagt witte zusterkostuums, compleet met kapjes. Alsof we in een tijdmachine 100 jaar terug zijn gekatapulteerd. Onze kamer heeft prachtige goudkleurige draperie gordijnen en een hemelbed. We maken een vreugdedansje. Een perfect uitje voor gescheiden vrouwen op leeftijd. Even geen kinderen, geen verdriet, geen angst.

Koekoeksjong

Drie dagen lang worden we gemasseerd, ingesmeerd, badderen we in gasbelletjes, lezen eindeloos in bed en dineren in onze mooie jurkjes in de grote eetzaal. Dan moeten we toch onze bad bubbel verlaten. En koersen we terug naar de wilde wereld in Amsterdam. Waar Lars al na een uur voor de deur staat. Hij ziet wit en is mager. Ik gooi mijn logeertas in de gang en stap op de fiets richting supermarkt. Voedertijd voor het koekoeksjong.

Volgende week: De Raad van Kinderbescherming spreekt.

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden