null Beeld

Zorgenzoon – deel 34: “Ik slaap beter zonder het nachtelijke gebel aan de deur”

Wegens ernstige gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. Na anderhalf jaar is hij terug in zijn geboortestad Amsterdam en woont bij een begeleid wonen groep. Hij staat nog vaak bij zijn moeder voor de deur. De Raad van Kinderbescherming heeft een onderzoek ingesteld en eist een Ondertoezichtstelling voor Lars en zijn zusje. Deze week doet de rechter uitspraak.

We hebben een mail gekregen van De Raad van de Kinderbescherming met een oproep voor de telefonische rechtszaak. Dit in verband met corona. Hoewel het nog steeds een rechtszaak is, vind ik het toch minder spannend dan anders. Op de bewuste dag en tijd zit ik in mijn joggingbroek op het bed van Lars en wacht tot ik kan inbellen. De notulist van de familierecht kamer, een bijzonder aardige meneer, heeft van tevoren gebeld om de gang van zaken uit te leggen. Hij heeft een prettige stem en neemt uitgebreid de tijd. Pieter heet hij. Zijn achternaam ontgaat me. Ook informeert hij hoe het met mij gaat. Ik fleur een beetje op. Duidelijk iemand die ervaring heeft met bezorgde ouders.

Volendams kostuum

De zitting gaat van start. De kinderrechter neemt de hele zaak nog eens door en wendt zich dan tot mij. Moeders mogen altijd als eerste hun zegje doen. Ik leg zo goed mogelijk de situatie nog eens uit, benadruk mijn zorgen rondom Lars en hoe weinig concrete hulp er tot nu toe geweest is. En hoe goed het gaat met Bente. Terwijl ik praat, kijk ik naar een foto van mezelf in Volendams kostuum, die bovenop de vitrinekast staat tegenover het bed van Lars. De foto is zestien jaar oud. Op mijn schoot zit Lars, toen nog net geen jaar oud. Met grote verbaasde blauwe ogen en een dikke bolle toet kijkt hij de lens in. Hij draagt een kinderversie van het bekende vissers pakje uit Volendam. Op zijn schoot houdt hij een plastic vis. Mijn lange haar zit in twee vlechten. Eentje hangt een beetje los. De foto was een verjaardagscadeau voor Harm, die ‘kunst aan de muur’ gevraagd had. Nooit gedacht dat deze foto het decor zou zijn voor een rechtszaak over onze kinderen.

Een half jaar OTS

Na mijn speech is Harm aan de beurt. Hij is snel klaar. Wat zijn mannen toch altijd lekker kort van stof. Wat er verder precies gezegd wordt door wie, kan ik me niet goed meer herinneren. Uiteindelijk haalt de stem van de kinderrechter me uit mijn Volendamse overpeinzingen. “Het verzoek van de Raad van Kinderbescherming om een Ondertoezichtstelling voor Lars wordt toegewezen tot zijn achttiende jaar.” Dat was te verwachten. Eigenlijk ben ik er wel blij mee. Het is toch een stok achter de deur, voor als het echt goed mis gaat met mijn ongeleide projectiel. Dan wordt hij in ieder geval ergens opgevangen en eindigt hij niet als zwerfkind. Dan komt het oordeel over Bente. “In plaats van een jaar OTS ken ik een half jaar toe. De situatie laat zien dat er sprake is van een opwaartse spiraal.” Wow! Dat is echt een grote verrassing! Een half jaar minder dan er geëist was. Ik kan wel springen van blijdschap. Het voelt als een medaille voor mij en een lange neus naar de Raad van Kinderbescherming. Zo, lekker puh, het gaat veel beter met mijn kind dan jullie allemaal denken.

Na afloop van de zitting belt notulist Pieter nog even terug. Hij vat de zaak nog eens samen en informeert hoe het met mij gaat. Tjonge, wat een fijne nazorg. We krijgen een geanimeerd gesprek. “U klinkt als een verstandige, zorgzame en betrokken moeder. Dat zien we hier wel heel anders. Daar zullen uw kinderen u later dankbaar voor zijn. Ik weet zeker dat het allemaal goed komt. En u kunt altijd bellen hoor,” stelt hij tot slot. Pieter heeft een prettige stem. Zou hij alle moeders zo meelevend te woord staan? Ik heb de neiging hem uit te nodigen voor een kopje koffie maar durf dat toch niet.

Deur dicht

Lars staat door de week regelmatig ‘s nachts bij mij voor de deur. Nu er een OTS is, zijn de regels aangehaald en mag ik hem, volgens afspraak, niet binnenlaten. Hij moet op de groep blijven, daar staat zijn bed, daar kan hij terecht. Omdat ik dat weet, lukt het me nu wel om hem weg te sturen, hoe moeilijk ik het ook vind. Hij woont niet meer in de instelling, hij hoeft niet op straat te zwerven, hij heeft een goed dak boven zijn hoofd niet ver van mijn huis vandaan en er is begeleiding. Lars neemt me mijn beslissing niet in dank af. Hij is boos en appt me dat hij geen contact meer wil. Twee weken hoor ik niets. Hoewel ik dat vervelend vind, geeft het ook rust. Ik slaap beter zonder het nachtelijke gebel aan de deur. Het leven van Bente en mij gaat verder; ik werk, Bente volgt online les. Gezeten in haar fauteuil met schapenvachtjes, logt ze iedere ochtend in bij haar lessen. Ze is blij met haar halve jaar OTS.

Slap gedoe

Van de woongroep komt maar weinig informatie. Als ik zelf geen contact opneem om te vragen hoe het met Lars gaat en of hij überhaupt ‘s nachts wel aanwezig is, hoor ik niets. Dat irriteert me. Winfred, onze Balou de Beer, is er niet vaak in het weekend. En hem privé bellen is niet de bedoeling, alleen in geval van nood. Meestal krijg ik op de woongroep een meisje aan de telefoon, die weinig kan zeggen over de situatie rondom Lars. “Ik zal vragen of Winfred u terugbelt,” is steevast het antwoord. Wat een slap gedoe. Ook hier krijg ik het gevoel dat men niet bovenop Lars zit; hij krijgt veel vrijheid en neemt het er duidelijk van.

Op een middag gaat de telefoon. Jorrit, de vroegere mentor van Lars uit de tijd dat hij nog op de gesloten afdeling van de instelling zat, belt om te vragen hoe het met Lars en mij gaat. Omdat de instelling gesloten is, is hij zijn baan kwijt. Hij vertelt met een andere collega voor zichzelf te zijn begonnen. Samen coachen ze jongeren met gedragsproblemen. Ik ben blij met zijn belletje; Jorrit was aardig, sympathiek, jong en fris. Een soort grote broer voor Lars. Wat zou het fijn zijn als hij Lars weer kon coachen. Ik beloof hem het plan voor te leggen bij Jeugdzorg. Want Jorrit moet natuurlijk wel fatsoenlijk betaald worden en Jeugdzorg beheert de portemonnee. Al zijn de geldstromen daar net zo ondoorgrondelijk als de hulp.

Ik heb meer vertrouwen in ervaringsdeskundigen; mannen die zelf een turbulent verleden hadden en zich nu inzetten voor anderen die in het gevaarlijke moeras dreigen weg te zakken.

Volgende week: Lars maakt brokken

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden