null Beeld

Zorgenzoon – deel 35: “Ma, ik had wel dood kunnen zijn”

Wegens ernstige gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. Na anderhalf jaar is hij terug in zijn geboortestad Amsterdam, woont bij een begeleid wonen groep en zit op het ROC. Maar er is corona en aan online lessen doet Lars niet. Hij staat nog vaak ‘s nachts bij zijn moeder voor de deur.

Op een zaterdagavond in april gaat om 23.30 uur mijn telefoon. Ik lig net in bed. Het is Lars, die vraagt of ik hem wil komen halen in Almere. Hij is gevallen met zijn nieuwe motorscooter. Een vriend die achterop zat brak daarbij zijn been en is per ambulance afgevoerd naar het lokale ziekenhuis.

“Ma, ik had wel dood kunnen zijn,” zegt hij.

In zijn stem hoor ik een mengeling van angst en boosheid. Ik antwoord hem dat ik hem zeker wil komen halen maar dat het wel drie kwartier duurt voordat ik er ben.

Dat duurt Lars te lang: ‘Tering, dat is kankerlang. Ik bel wel een taxi,” snauwt hij door de telefoon.

Klaarwakker ben ik. Lars die ik al twee weken niet gesproken heb omdat hij boos op me is, belt nu ineens en vraagt om hulp. Wat doet hij midden in de nacht in Almere? En hoe komt hij in godsnaam aan een motorscooter? Hij heeft niet eens een scooterrijbewijs. Ik google het telefoonnummer van het ziekenhuis in Almere en krijg de nachtportier aan de lijn die vanaf zijn plaats kan zien dat Lars buiten staat te bellen. Vijf minuten later is Lars verdwenen. Hij beantwoordt mijn paniekerige telefoontjes niet. Ik lig een uur wakker. Nee, er wordt niet aangebeld. Het blijft doodstil op straat. Ik stuur een app naar de nachtdienst van de woongroep van Lars met het verzoek of ze mij willen informeren als Lars daar is gearriveerd. Binnen tien minuten krijg ik een reactie, Lars is heelhuids aangekomen. Hoe, dat weten ze daar ook niet. Ik stuur vanuit mijn bed dankbaarheid richting het universum.

Puinhoop

Er komen meerdere signalen dat Lars niet goed bezig is. Van zijn mentor op het ROC krijg ik een mail dat hij voor de schoolsluiting in verband met Covid al niet vaak aanwezig was bij de praktijklessen, maar nu er online lessen zijn, hij ook nauwelijks acte de présence geeft. Het in contact komen met hem is moeilijk, schrijft ze. Om zijn voortgang te bespreken zijn Lars en zijn Marokkaanse coach Ahmed laatst uitgenodigd voor een gesprek. Ahmed heeft een betere klik met Lars dan Winfred, zijn mentor van de woongroep. Ik begrijp dat. Ahmed heeft een charisma waar zelf de grootste crimineel ter wereld voor zou vallen. Dus zeker mijn mini-boef. Tijdens dit gesprek is afgesproken dat Lars zich gewoon meldt tijdens de online lessen, hij soms even moet wachten tot de docent zover is en niet uit ongeduldigheid de verbinding moet verbreken. Alsof je een kind van acht jaar moet uitleggen dat hij naar de leraar moet luisteren. Lars heeft beterschap beloofd. Ik heb er een hard hoofd in. Ook omdat de eerder gemaakte afspraken, waarbij Ahmed had toegezegd drie keer in de week anderhalf uur Lars te zullen helpen met zijn schoolwerk om wat meer structuur te krijgen, in praktijk nergens op uitdraait. Omdat Ahmed ontzettend druk is met zijn eigen bedrijf en Lars er zelf nooit op aandringt of op terugkomt. En Winfred gelooft het verder wel. Grrr, wat een puinhoop is het nog steeds. Om wanhopig van te worden. Alsof we onder water zitten en Lars zich voortdurend langs alle zich uitstrekkende waterplanten manoeuvreert en verder zwemt, naar het donkere diepe water verderop.

Racefiets

Ondertussen rukt corona verder op. Bomvolle ziekenhuizen, doodzieke mensen, bange mensen, overwerkte zorgverleners. Ik kan mijn bejaarde moeder van 88 voorlopig niet bezoeken. Te riskant. De vader van een vriendin overlijdt aan corona. Er mogen maar dertig mensen op de uitvaartdienst komen. Complete bevriende gezinnen worden ziek. Shit, het ziet er niet naar uit dat dit snel goed gaat komen. Gelukkig heb ik nog genoeg werk, want er wordt veel gelezen dus de behoefte aan content blijft continu. Om toch genoeg buiten te kunnen zijn, neem ik een abonnement bij een fietsverhuurwinkel. Een paar keer per week huur ik met een vriendin samen een racefiets en trappel door Nederland. Marken, het Gooi, wat is Nederland toch prachtig mooi. Zorgen zijn even ver weg.

Strijders

Voor Lars bestaat er geen corona. Hij gelooft er ook niet in. “Allemaal verzinsels van de overheid. Rutte is gek.” Het is duidelijk dat hij in een andere wereld leeft. Zijn ‘vrienden’ maken elkaar dol met hun complottheorieën. Alles is de schuld van de overheid, politieagenten zijn machtsmisbruikers, ministers zijn er om je een rad voor ogen te draaien en alle hulpverleners zijn leugenaars. Lars wantrouwt alles en iedereen. De enigen bij wie hij zich veilig en geaccepteerd voelt, zijn zijn maten van de straat. Die horen ook nergens bij. ‘Strijders’ noemen ze elkaar. Hij wordt steeds vaker gesignaleerd in een groepje illustere jongeren afkomstig uit onze buurt. Gajes, zou mijn moeder zeggen. Lars is de enige blondie van het gezelschap. Af en toe, als ik op zaterdag naar de markt ben om boodschappen te doen, nodigt hij ze bij mij thuis uit en gaan ze samen koken. Altijd kip met pasta. Hij vraagt dat wel netjes van tevoren, en omdat ik niet voortdurend wil mopperen en niemand wil buitensluiten, stem ik heel af en toe in. Mits het overdag is en als ze zelf alle rommel opruimen. Dat eerste lukt nog wel, maar aan de tweede voorwaarde wordt eigenlijk nooit voldaan. Altijd is het gasfornuis baggervet, liggen de borden op een stapel in de gootsteen in plaats van in de afwasmachine en hangt er een dikke walm omdat niemand op het idee kwam om de afzuiger aan te zetten. De overbuurman houdt het komen en gaan van de scooters bij mij voor de deur nauwlettend in de gaten.

“Hee schatje, alles goed? En met die jongen van jou?” vraagt hij mij regelmatig met een heerlijk Amsterdams accent. “Het is een goeie gozer. Maar die vrienden, daar moet-ie vanaf.”

Hij heeft feilloos door hoe de vlag er bij mij voorhangt. Ik geef Lars de boodschap dat het wegens corona niet meer mogelijk is om zijn vrienden thuis te ontvangen. “Jaaaaaaaa maa, okeeeeeee, zeur niet zo,” luidt steevast het antwoord.

Wanhopig

Hoewel Lars nu toch weer meerdere keren per week bij mij langs komt, zie ik hem verder achteruit gaan. Hij is bozig, vagig, schreeuwt, trekt in Bentes kledinglade op zoek naar sokken of een joggingbroek en is nachten zoek. De woongroep weet het ook niet meer. Van school komt de boodschap dat ze het niet verder zien zitten met hem. Ik ben bedroefd. En boos. En wanhopig. Straks krijgen alle betweters gelijk, gaat Lars richting afvalputje omdat ik hem naar de stad wilde halen in plaats van ergens op te sluiten. Maar ik mag me niet laten leiden door wanhoop. Als de negativiteit het wint, is alles verloren. Ik spreek mezelf streng toe: "Kom op, volhouden, roer recht, handen aan het stuur en door. Het gaat je lukken."

Volgende week: Op zoek naar een nieuwe school

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden