null Beeld

Zorgenzoon – deel 40: “Dit is een film, dit is niet echt, giert het door mijn hoofd”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Hij woont acht maanden bij een begeleid wonen groep. Dan wordt hij achttien jaar en krijgt van de gemeente een eigen flatje. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt men. Zijn moeder ziet alles met lede ogen aan.

Anderhalve maand woont Lars nu in zijn flatje in een buitenwijk van Amsterdam. Cadeautje van de gemeente. Het uitzicht is magnifiek, je kunt ver kijken vanaf de zevende verdieping. Maar daar let Lars zeker niet op. Die kijkt niet verder dan zijn neus lang is. Hij komt nog veel bij mij langs. Want hier is de koelkast vol. En zijn matties wonen hier in de buurt. Gelukkig heeft hij een baantje bij een maaltijdbezorgservice. En hij gaat naar school. Thank god.

Als ik informeer hoe het op de flat is, krijg ik nooit een duidelijk antwoord. Wel klaagt hij regelmatig over de camera’s die in de flat hangen. Mentor Winfred, alias Baloe de Beer, een bijnaam die de man dankt aan zijn gezellige berenbuik en dito tempo van bewegen, is vervangen door cameratoezicht.

Vlindermes

Op een zaterdagochtend begin oktober gaat mijn telefoon. Aan het nummer zie ik dat het de zorgcoördinator van de Begeleid Wonen Groep van Lars is. Wat moet die nu zo vroeg in het weekend? Een vaag gevoel van onrust maakt zich van mij meester. “Is Lars bij jou thuis?” vraagt ze. Aan haar stem hoor ik dat ze gespannen is. Wanneer ik bevestigend antwoord, zegt ze: “Niet schrikken, maar er komt zo politie bij je langs. Lars heeft de camera’s in zijn flat onklaar gemaakt en daardoor zijn we gaan kijken. Er is iets bij hem gevonden wat verboden is. Je mag Lars niet waarschuwen.” OMG. Dit is wat ik al die tijd al vreesde. Lars is betrokken bij onfrisse praktijken en nu komt de politie hem halen. Op mijn stamelende vraag wat er dan precies gevonden is, krijg ik geen antwoord. Tijd om na te denken heb ik niet, vijf minuten later gaat de deurbel.

Ik werp een blik door het raam naar beneden en zie een politieauto staan. Er stappen vier agenten uit. Ik open de deur en kijk in een heel streng gezicht van een grote politieagent. Hij staat al in de gang. Zijn collega’s denderen achter hem aan. Mijn hele halletje is in no time gevuld met uniformen. “Waar is Lars?” vraagt de grote man die duidelijk de leiding heeft. “Er is een vlindermes aangetroffen in zijn woning. En dat valt onder verboden wapenbezit.” Hij staat onder de douche,” antwoord ik met een bevende stem. “U gaat mij voor naar de douche,” antwoordt hij bars. Dit is geen verzoek, het is een bevel. Ik kan niet anders dan het opvolgen en ga hem voor naar de trap die uitkomt bij een overloop waaraan de badkamer grenst. Rechts mondt de overloop uit in mijn slaapkamer. “Lars, opendoen, er is politie!” roep ik door de dichte deur heen.

Gearresteerd

Lars doucht altijd met de deur op slot, onder begeleiding van snoeiharde rapmuziek die uit zijn box schalt, dus ik moet een paar keer roepen voor hij reageert. De politieman vindt het allemaal te lang duren en geeft een schop tegen de badkamerdeur. Zijn grote zware schoen met stalen neus boort zich dwars door de deur. Alsof deze van bordkarton is. Lars opent de deur op een kiertje, hij heeft snel een handdoek omgeslagen. “Er is een vlindermes aangetroffen in je woning. Je bent aangehouden wegens verboden wapenbezit,” bast de man en rukt de deur verder open. “He, wat is dit, ik heb niets misdaan!” roept Lars met een verbaasd gezicht. “Omdraaien en handen op je rug!’ roept de agent. Lars kan niet anders dan zich omdraaien. De man pakt hem beet bij zijn nog natte bovenarmen en klikt vliegensvlug een paar handboeien dicht. Dit is een film, dit is niet echt, giert het door mijn hoofd. Ik weet niet wat ik moet doen. Schreeuwen, gillen, flauwvallen. Of alles tegelijk? In plaats daarvan zeg ik niets, de adrenaline heeft mijn keel dichtgeknepen. “Haalt u wat kleding voor hem,” bast de man verder.

Trillend van de zenuwen zoek ik een onderbroek, shirt, sokken en trainingsbroek en overhandig deze aan de agent. Ik word naar beneden gestuurd, waar de vrouwelijke politieagenten staan te wachten. Ze zien mijn paniek en proberen me gerust te stellen. “Wat een schrik voor u ook,” zegt de ene. Ik probeer de situatie een beetje uit te leggen maar kom nauwelijks uit mijn woorden. “Hij heeft in een instelling gewoond maar zit nu bij een Begeleid Wonen traject. Hij woont pas net op zichzelf. Het ging eigenlijk best goed,” zeg ik in een poging om Lars te verdedigen, “Hij zit weer op school en heeft eindelijk weer contact met zijn vader.” De vrouwen knikken begrijpend en kijken me meelevend aan.

Gat in de deur

De mannelijke agenten hebben Lars in een broek gehesen en duwen hem voor hen uit de trap af, richting voordeur. Zijn bovenlijf is nog steeds ontbloot. “Hij gaat mee naar het bureau voor verhoor,” bast de grote agent. “Enne, dat gat in uw deur kan niet verhaald worden op de politie.” Geen excuus, hij gaat als een botte bijl op zijn doel af. Hij trekt mijn voordeur open en duwt Lars in de gereedstaande politieauto. “Dag mevrouw, sterkte,” zeggen de dames.

Bente, die schijnbaar al die tijd onbewogen in haar kamertje op de benedenetage zat, kijkt mij geschrokken aan. De hele show nam nog geen tien minuten in beslag en heeft zich vrijwel voor haar kamerdeur afgespeeld. Ik voel me ellendig. Schaam mij vooral voor Bente. Dat zij dit moet meemaken. Haar broer die op klaarlichte dag in de boeien geslagen wordt en als een zware misdadiger wordt afgevoerd.

Advocaat

Er belt een vriendin die mij voorstelt met haar en een andere hartsvriendin naar de markt te gaan. “Gezellig, tot zo", zeg ik afwezig. Ik durf haar niet door de telefoon te vertellen welke film zich zojuist voor mijn ogen is vertoond. Met kloppend hart bel ik eerst onze advocaat, die Lars al jarenlang bijstaat. “Zozo, dat is niet handig van hem,” antwoordt de man. Zijn rustige stem kalmeert mij een beetje. “Ik zal hem vanmiddag bezoeken,” zegt hij. “Ze zullen er wel haast mee maken, want hij is nog jong en verboden wapenbezit wordt in Amsterdam hoog aangerekend. Dus de kans bestaat dat hij maandag al wordt voorgeleid bij de rechter. Reken er dus maar op dat hij wel twee dagen op het bureau moet blijven.”

Ik hang op. Vragen schieten door mijn hoofd. Krijgt Lars nou een strafblad? Wordt hij uit zijn flat gezet? Komt hij in de gevangenis?

Cappuccino

Totaal verdwaasd bestel ik een cappuccino in het cafeetje dat grenst aan de straat van de zaterdagmarkt. Mijn vriendinnen komen vrolijk binnenvallen. Ik bestel nog twee koffie. En open mijn mond. “Jongens, ik moet jullie iets vertellen,...” begin ik. Ik kan het niet voor me houden, net doen of er niets gebeurd is en vrolijk mee babbelen. Ze kijken me verschrikt aan. “Jeetjemina, wat vreselijk,” zegt de een als ik ben uitgesproken. “Nee, lieverd toch, ook dat nog,” zegt de ander.

Ik kan wel huilen maar doe het niet. Dan vestig ik enorm de aandacht op mezelf. Bovendien is Lars er niet mee geholpen.

Geen snitch

De dag trekt in een waas voorbij. ‘s Middags belt de advocaat om te vertellen dat hij bij Lars op bezoek is geweest. “Het mes is niet gebruikt,” stelt hij mij gerust. Ook vertelt hij dat Lars gezegd heeft dat hij het voor een vriend moest bewaren. Wie, dat wil hij niet zeggen. Hij is geen snitch (verrader). De zorgcoördinator belt mij ook nog terug, om te vertellen dat er maandag een spoedberaad zal plaatsvinden omtrent de flat van Lars. “Waarschijnlijk kan hij niet blijven wonen,” zegt ze. “Wapen- en drugsbezit zijn ten strengste verboden.”

‘s Nachts staar ik door het slaapkamerraam naar de donkere lucht. Er valt geen ster te bekennen. En denk aan Lars in zijn cel. Blijkbaar vond het universum het tijd voor een teken. Soms moeten mensen nog een beetje verder vallen voor ze wakker worden.

Ik val in een onrustige slaap.

Volgende week: Mama, ik hou van je!

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden