Zorgenzoon deel 52 Beeld Libelle
Zorgenzoon deel 52Beeld Libelle

Zorgenzoon - deel 52: “Op een dag kan ik hem niet meer beschermen”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Aanvankelijk woont hij in een woongroep voor begeleid wonen, maar als hij achttien wordt, krijgt hij een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Wanneer hij gearresteerd wordt wegens verboden wapenbezit, wordt hij naar een studio buiten de stad overgeplaatst. Dat vindt hij veel te ver weg van school en van zijn moeder en zusje, dus hij besluit definitief weer thuis te komen wonen. Die ziet alles met lede ogen aan.

Het is ijskoud. Temperaturen van -15 teisteren ons toch best koudebestendige landje. Juist in dit oer-winter-weekend logeren Lars en Bente bij de grote studerende neven in Rotterdam. De neven die netjes hun vwo hebben afgemaakt. Moeiteloos leek dat te gaan. Met torenhoge cijfers. Toch waren hun moeders, mijn schoonzussen, bezorgd. Of ze wel zouden slagen. Of ze wel voor zichzelf kunnen zorgen. In mijn ogen waren die zorgen totaal onnodig. De kids hebben brains, power en vooral een positieve motivatie. Ze glijden als haast vanzelf door de middelbare en vervolgens de universiteit. Maar alle moeders zijn bezorgd. Je wilt je kind toch goed afleveren.

Narigheid

Soms vragen mensen mij wel eens: ‘Hoe gaat het met Lars en Bente? Weten die al wat ze willen worden later?’ En dan moet ik toch weer uitleggen dat het bij mij thuis ‘anders dan anders is’ of, als het intimi betreft, het eigenlijk nog steeds niet zo goed gaat. Dat Lars nog steeds geen schooldiploma heeft en regelmatig met de politie in aanraking komt. En dat Bente een nukkig dametje geworden is dat er op school geen fluit aan vindt.

Al downsize ik het hele verhaal. Omdat ik merk dat a. mensen te veel narigheid helemaal niet willen horen en b. het niet kunnen handelen. Dat ze wel willen meeleven, maar als het te veel drama wordt en er nog meer inleving gevraagd wordt, de aandacht verslapt. Ik kan het me best voorstellen. Een dipje of een korte periode van stress en moeilijkheden zijn te overzien qua compassie, maar jarenlang meedeinen van het ene dalletje naar de volgende hobbel is niet te doen. Hoeveel narigheid kan iemand aan?

Ik vind dat ik ook niet meer kan verwachten dat vriendinnen zomaar kunnen onthouden hoe het allemaal gaat met mijn kids; of Lars nou wel of niet thuis woont, wel of niet op school zit. Ik heb geleerd het kort samen te vatten en aan de enkeling, die werkelijk geïnteresseerd is of het niet wil downsizen (“ach joh, dat is de puberteit, laat het nou gewoon”) goed uit te leggen.

Zoektocht

Gelukkig tref ik regelmatig iemand die in hetzelfde schuitje zit en durft te zeggen dat ze ook een zoon heeft die afglijdt en blowt of erger en niet meer naar school gaat. Laatst nog werd ik benaderd door een goede vriend, directeur van een chic Haarlems lyceum. Hij vroeg mij om raad, omdat er een ouderpaar met een depressief kind was, dat niet meer naar school wilde en alleen maar het eten wilde eten dat zijn ouders ‘s avonds voor de deur zetten.

Hij bewoog niet meer en werd dikker en dikker. Hoe vervelend ook, dat vind ik dan weer lastig om iets over te zeggen, het is een andere problematiek. Ik heb de man aangeraden contact op te nemen met de welzijnswerker in de gemeente, met een crisisteam, met instanties als Spirit. Ik ken door mijn zoektocht door de wereld van de hulpverlening onderhand aardig wat organisaties en mensen. Maar de ene hulpverlener past niet zomaar bij de ander. Ik zit vooral in de hoek van de jongens met ‘gewelddadige gedragsproblemen’. Veel ouders raad ik een personal coach aan. Maar die heb je ook in soorten en maten. Van de lieve begripvolle tienercoach die vooral goed kan luisteren tot een ‘zware jongen’ met een werkverleden in de jeugddetentie. Of die zelf ooit achter de tralies heeft gezeten, tot inkeer kwam en nu anderen wil helpen.

‘Ik doe het zelf’

Er zijn er al heel wat de revue gepasseerd. Geen eentje is gebleven. Omdat Lars geen hulp wil. Van niemand of niets. Hij wil het allemaal zelf bepalen. Doodzonde. Want hij kan de nodige sturing goed gebruiken. Psychische hulp is ook broodnodig. Maar hij wil niets. “Ga weg ma, met je therapie, ik doe het zelf.” Ik kan hem nauwelijks nog bereiken. Er alleen maar zijn.

Er is geen pasklare oplossing. Alle ouders houden van hun kinderen. Willen hen koesteren, beschermen, helpen. Omhoog, verder, naar de overkant. Soms lukt het niet zoals je dacht, wilt of wenst. Iedereen moet zijn eigen weg bewandelen. Het kind en ook de ouder. Onderweg kun je elkaar verliezen. Volgen. Weer tegenkomen. Opnieuw verliezen. Dat is de dynamiek tussen het kind, de ouders, het systeem. De wereld. Ik wil achter Lars staan, altijd. Omdat hij een lost soul is. En een slecht voorbeeld heeft van zijn ouders, die het niet hebben gered. Die uit elkaar gingen toen hij het meest kwetsbaar was. Wat niet betekent dat ik me steeds maar schuldig moet voelen. Al zijn wandaden goedkeur. Dat hij maar kan door kan gaan en staan waar hij wil.

Op een dag kan ik hem niet meer beschermen.

Dronken

Ik blijf hem waarschuwen. Dat hij niet zonder rijbewijs op een scooter moet gaan zitten. Zijn school moet afmaken. Dingen niet moet omdraaien en moet stoppen met liegen. Ik zeg hem dat ik denk dat het niet goed gaat aflopen. En zeg ook dat dit uiteindelijk ontaardt in strengere maatregelen waar ik geen invloed meer op heb.

Maar ik ben er wel voor hem.

Als hij dronken of stoned thuis komt, de wasbak onderkotst en vervolgens een uur onder de douche staat met de deur op slot. Waardoor ik stijf van de stress wakker lig en me afvraag wat ik nu het beste kan doen. 112 bellen? Nee, dat is raar. Om uiteindelijk met een schroevendraaier de deur naar de badkamer open te draaien en Lars half buiten westen onder de straal vandaan te trekken. Het is dan 5.00 uur. Ik moet straks werken. Lars kan de hele dag in zijn bed liggen, want hij hoeft niet naar school. Hij heeft geen normaal baantje. En heeft hij er eentje, dan is het binnen een week afgelopen, omdat hij zich steeds verslaapt, na vier dagen niet meer komt opdagen omdat er elders leukere dingen te doen zijn of ruzie krijgt met zijn meerdere.

Logees

Afijn, terug naar dat koude weekend in februari dit jaar. Doordat de sneeuwstorm dagen blijft woeden, draaien Lars en Bente langer dan gepland mee met het studentenleven. Op dag drie word ik gebeld door een neef die vraagt of de logees kunnen worden opgehaald. De rek is eruit. Ik bel Harm en die scheurt naar Rotterdam om het tweetal in te laden en bij mij voor de deur af te leveren. Daar komen ze weer, broer en zus. “Hoi ma, is er wat te eten?” Ik stap op de fiets richting supermarkt.

Volgende week: Als de kat van huis is...

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden