Zorgenzoon Beeld Libelle
ZorgenzoonBeeld Libelle

Zorgenzoon - deel 53: “Ik merk duidelijk dat de kinderen mij graag weg willen hebben”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Aanvankelijk woont hij in een woongroep voor begeleid wonen, maar als hij achttien wordt, krijgt hij een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Wanneer hij gearresteerd wordt wegens verboden wapenbezit, wordt hij naar een studio buiten de stad overgeplaatst. Dat vindt hij veel te ver weg van school en van zijn moeder en zusje, dus hij besluit definitief weer thuis te komen wonen. Die ziet alles met lede ogen aan.

Zorgenzoon #53

Na een week vol sneeuw- en ijspret zet de dooi in. Wat heet, het kwik stijgt rap richting voorjaarstemperaturen. De dichtgevroren plassen en meren worden weer vloeibaar. Massaal worden de schaatsen verruild voor motorbootjes. In zeven dagen gaan we van min twintig naar plus twintig. Wat is het leven toch wonderlijk.

Met een vriend maak ik een vaartochtje over het IJ en de Amstel. Even is het leven perfect. Er zijn hapjes en drankjes, de zon schijnt en de boot doorklieft de golven. We varen langs mijn nieuwe huis, dat bijna af is. Het ziet er strak uit. De grijze stenen stralen rust uit. Het lijkt me fantastisch om hier straks te wonen, met uitzicht op het water. Alles nieuw en fris. Mijn Grote Nieuwe Start.

Lars is minder enthousiast. Hij vindt het te clean, te nieuw. Geen ruimte voor gekke fratsen. “Ma, het is een kakbuurt, wat moeten we daar”, zei hij laatst al eens. Het is hem er te opgeruimd, te wit, te verzorgd. Lars houdt meer van duister.

Alleen op de wereld

En dan is het ineens alweer maart. Hoe kan dat nou zo snel zijn gegaan, dit nieuwe jaar? Het zal corona zijn. Veel thuiswerken, de horeca is al een jaar dicht en ‘s avonds mag je na 21.00 uur niet meer op straat zijn. Dan worden de dagen kort. Overzichtelijk is het wel. Stiekem vind ik het best prettig, zo’n avondklok. Dan ga je ook niet meer zo laat naar bed. Al doen Lars en Bente niet echt aan de avondklok.

Omdat ze beiden bezorgers zijn van afhaalmaaltijden, hebben ze een ontheffing. Mazzelaars. Bente heeft een scooter waarop ze de bestellingen rondbrengt. Sinds de politie de scooter van Lars in beslag genomen heeft, rijdt hij op een elektrische fiets. Gelukkig maar, want daar heb je geen rijbewijs voor nodig dus daar kan hij ook niet mee worden aangehouden. De fiets staat bij ons thuis in de gang of op de stoep. Meestal in het midden van de gang of pal voor de voordeur, zodat niemand er meer langs kan.

Komt Bente na werktijd netjes thuis, Lars maakt ernstig misbruik van zijn ontheffing. Stommelt middenin de nacht de trap op. Gaat boven nog even zitten bellen en boterhammen smeren. Dat wij allang in bed liggen en de volgende dag naar school, respectievelijk aan het werk moeten, boeit hem niet. Hij heeft honger, hij wil muziek luisteren. Als ik er wat van zeg of hem vraag zachtjes te doen, krijg ik een grote mond. “Houd je kop ma.” Het is gekmakend irritant. Lars is alleen op de wereld.

Laat het los

Mijn verjaardag nadert. Ik ga met vriendinnen een weekendje naar Zeeland. Twee nachtjes. Dat moet toch kunnen. Hoop ik. Ik heb Harm tijdig ingeseind dat hij de kinderen in de gaten houdt. Ze uitnodigt om te komen eten. “Lukt het wel?” vraag ik Lars en Bente als ik mijn tas aan het pakken ben. “Jaaaaaahaaaa maaaaaa, ga nou maar”, luidt het geïrriteerde antwoord.

Ik merk duidelijk dat ze mij graag weg willen hebben. Niet echt een goed teken. Maar ze zijn 16 en 18, dan moet het toch wel kunnen. Bovendien ben ik bijna nooit een nachtje niet thuis. Al vier jaar lang heb ik dag- en nachtdienst. 24/7. Ik stap de deur uit met mijn weekendtas en stap op de fiets richting station. ‘Laat het los, laat het los,’ galmt het in mijn hoofd. ‘Anders kun je nooit ontspannen.’

Sinds kort heb ik een nieuwe coach. Hij is boeddhist. Iedere week praten we over mijn zorgen en hersenspinsels. Hij leert me anders denken. Zodat dingen me minder raken. Ik moet mediteren, iedere ochtend. Wat neerkomt op zes minuten staren naar een vast punt terwijl je je gedachten loslaat. Niet dat je alles mag denken wat je wilt, juist niet. Het gaat erom dat je, zodra er een gedachte oppopt, deze weer laat varen. Het is de kunst om je hoofd even leeg te laten, zonder stress, zonder zorg belletjes die je uit je concentratie willen halen. Soms lukt het, meestal niet.

Natuurhuisje

Het natuurhuisje waarin we logeren, is beeldschoon. Het ligt op de weilandgronden van een boerderij. Rondom gras. In de verte gloort de toren van Veere. Wat een rust. Ik moet wennen aan de stilte. We zitten met een glaasje bubbels op het terras. Kletsen, proosten, eten van de taart die ik heb meegenomen. Naast ons staan nog een paar huisjes, ook bevolkt door een vriendinnengroep. Alleen vijftien jaar jonger. Ze zijn allen arts of werkzaam in de gezondheidszorg. Jong, knap en stralend. Hun leven nog voor zich. Ik moet denken aan mezelf op die leeftijd. Onbezorgd. Altijd feest. Dat ik zou veranderen in een stresserige moeder van een zorgenzoon had ik niet kunnen denken. Laat het los, roept een stemmetje. Het is wat het is, nu is nu.

Als de kat van huis is

Na een weekend vol wandelen, zee en champagne keren we op zondag huiswaarts. Bente heeft me gebeld op mijn verjaardag, van Lars heb ik niets gehoord. Ik denk aan mijn huis. Zou het er nog staan? Zou het een heel erge teringzooi zijn? Niet doen, niet stressen, je kunt er nu toch niets aan veranderen, hoor ik mezelf denken. De autorit duurt eindeloos. De werkelijkheid komt weer in zicht. Ik ben er stil van geworden. Eindelijk ben ik weer bij mijn fiets. Ik neem afscheid van mijn vriendinnen. De lieverds. Ze waren er voor me. Zijn er altijd voor me. Ik prop mijn tas in de krat voorop en stap op. Als een razende trap ik naar huis. Mijn hart bonkt in mijn keel.

Kaarsvet

Vlug inspecteer ik het huis. Mijn ogen vliegen door de hal. Omhoog, de trap op. Daar is mijn slaapkamer. De lakens zijn afgehaald. De douchedeur staat open. Alles kletsnat, de handdoeken, de vloer, een groot waterballet. Ik sprint de trap op naar boven. In de gootsteen staat een stapel smerige borden. Dan wordt mijn blik naar de kast getrokken. De kaarsen in de standaard er bovenop zijn veranderd in kleine stompjes. Ze branden. Nog steeds. Ik vlieg erop af en blaas ze uit. Het kaarsvet was net bezig langs de standaard naar beneden te lopen om zich te verspreiden over de kast. Ik had geen vijf minuten later moeten binnenkomen, dan had het gesmolten kaarsvet vlam gevat. Van de kinderen ontbreekt ieder spoor. Wel hoor ik een helikopter buiten. De propellers malen de lucht fijn. Het lijkt wel of hij boven ons huis hangt. Wat is hier in godsnaam aan de hand?

Volgende week: Een knalrode string in de stofzuiger

Over Zorgenzoon:
Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden