PREMIUMO, daarom ben ik zo moe

Zo weet je of je last hebt van slaapapneu

null Beeld

Als Fija Nijenhuis (52) te horen krijgt dat ze slaapapneu heeft, vallen een heleboel puzzelstukjes op hun plek. Dus dáárom heeft ze steeds minder energie en zo’n last van onrustige benen. Maar wat nu?

Fija Nijenhuis

Op een ochtend eind vorig jaar kreeg ik een telefoontje van het ziekenhuis, waarna ik in bed stapte om er – min of meer – een maand niet meer uit te komen. Uit slaaponderzoek was gebleken dat ik ’s nachts veertig keer per uur stopte met ademen. Diagnose: ernstig obstructief slaapapneu (OSA). “Dit hadden we niet verwacht”, zei de neurologieverpleegkundige meelevend toen ze mijn verbazing merkte. Nee, zeker niet. Ik was doorverwezen omdat ik al maanden last had van onrustige benen en daardoor moeilijk in slaap kwam. Slaapapneu kón de oorzaak zijn, zei de verpleegkundige nu. In hetzelfde telefoontje vertelde ze dat ik voorlopig niet mocht autorijden. Die regel geldt als je meer dan vijftien ademstops per uur hebt. Kenmerk van slaapapneu is namelijk, volgens de medische informatie, dat je overdag zomaar in slaap kunt vallen. Ik herkende me daar totaal niet in, ik ben juist altijd heel gefocust in de auto. In die zin ben ik geen uitzondering: veel vrouwen met slaapapneu hebben klachten die afwijken van het standaard rijtje symptomen. Het klassieke beeld dat ook ik had van slaapapneu is dat vooral oudere mannen er last van hebben die vaak wat dikker zijn, flink snurken en overdag dutjes doen.

null Beeld

Geen energie

Deze symptomen en kenmerken kunnen ook zeker gelden voor vrouwen volgens somnoloog en longarts Lisette Venekamp van Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe, gespecialiseerd in slaapapneu. Daarnaast zijn er signalen die typisch zijn voor vrouwen: “Zij hebben vaker last van slapeloosheid, ze zijn vermoeid, hebben geen energie. Depressies en nachtmerries komen ook vaker voor bij vrouwen met slaapapneu, net als onrustige benen.”
Dorine van Hagen en Karin Wolters, OSA-consulenten in het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem, sluiten zich aan bij de kenmerken die Venekamp noemt. De twee verpleegkundigen begeleiden dagelijks mensen met slaapapneu. “Vorige week sprak ik twee vrouwen en die zeiden allebei: we zijn moe, moe, moe, we kúnnen niet meer”, zegt Van Hagen. “Ze slapen vaak heel slecht, en dan gaat het vooral om het niet doorslapen.”

null Beeld

Algemene vermoeidheid, geen energie, slecht slapen: die etiketjes kan ik op mezelf plakken. Sinds een jaar of acht merk ik een neergaande lijn in mijn energieniveau. Ik weet dat altijd aan mezelf. Ik moet gezonder eten, meer bewegen, meer dit, minder dat. Toen kwam dat telefoontje en kon ik maar één ding denken: het ligt misschien dus toch niet aan mijn eigen inzet. Ik stapte in bed en gaf zonder schuldgevoel toe aan mijn moeheid.
Aan de kno-arts waar ik naartoe moest, vroeg ik hoe dit toch kón bij mij. Want ik heb geen overgewicht, ik snurk niet en val overdag nooit in slaap. De meeste mensen met slaapapneu snurken, maar niet iedereen, vertelde de arts terwijl ze mijn keel inspecteerde en tot de conclusie kwam dat er in mijn geval sprake was van anatomische pech: ik heb een smal keelgat. Behulpzaam deed ze haar mond open om te laten zien dat haar keelgat véél groter was dan dat van mij. De bouw van mijn lichaam was dus oorzaak één. Plus: ouderdom, aldus de kno-arts. Jawel. Ik ben 52 en heb een ouderdomsziekte.

Nathalie (38): “Na die eerste nacht had ik een halleluja-gevoel”

“In de loop der jaren ging ik steeds erger snurken. Mijn laatste partner zei: ‘Jij snurkt wel heel erg hard, ik kan er niet van slapen.’ Mijn broer en vader hebben allebei slaapapneu, maar ik had het idee dat ik niet aan de kenmerken voldeed. Ik had mezelf opgenomen met zo’n app en daarop waren geen onderbrekingen van mijn gesnurk te horen, wat kenmerkend is voor slaapapneu. Wel vond ik het gênant wat mijn partner tegen mij zei. Toen het uit was, heb ik aan de bel getrokken. Ik wilde van dat snurken af. Uit een slaaponderzoek bleek dat ik inderdaad ernstig slaapapneu had. Ik had een normaal gewicht en sportte altijd veel. Rond de tijd dat ik de diagnose kreeg, was ik al veel minder actief en het socializen was ook minder geworden. Ik had weinig energie. In het begin was ik overrompeld door de diagnose. Ik bleek tóch alle verschijnselen van apneu te hebben. Ik ben arts en tijdens mijn studie was er weinig aandacht voor slaapapneu. Als er een half A4’tje over geschreven is, is het veel.

Ik heb een smal keelgat, dat is aangeboren. Mijn vader en broer hebben het ook. Ik wilde eerst geen slaapmasker, ik kan er niet tegen om iets op mijn hoofd te hebben. Ik vroeg dus om een beugel. Hoewel de apneus flink afnamen, bleef ik moe. Een paar maanden na de diagnose kreeg ik een burn-out. Uiteindelijk ben ik toch overgestapt op een slaapmasker en na de eerste nacht had ik een halleluja-gevoel, ik had nog nooit zo goed geslapen. Ik herinnerde me ineens hoe ik vroeger sliep, diep en zonder wakker te worden. Wat ik graag wil overbrengen: heb je weinig energie, word je elke ochtend moe wakker, maar kom je er niet achter wat de oorzaak is, bedenk dan dat het ook slaapapneu kan zijn.”

null Beeld

Steeds meer vrouwen hebben slaapapneu

“We zien een toename van slaapapneu bij vrouwen na de menopauze”, beaamt Venekamp. “Het lijkt erop dat vrouwelijke hormonen een beschermend effect kunnen hebben. Na de menopauze heb je er daar nu eenmaal minder van. Verder worden vrouwen na de menopauze vaak wat zwaarder.” Kort door de bocht: vet kan ook in je keel gaan zitten, waardoor de luchtpijp smaller wordt. Tel daarbij op dat spieren en weefsel op oudere leeftijd wat slapper worden en er is een duidelijke verklaring waarom bij zowel vrouwen als mannen tijdens de slaap de luchtpijp kan dichtvallen. Wanneer een ademstop langer dan tien seconden duurt en als dit minimaal vijf keer per uur voorkomt, is de diagnose slaapapneu een feit.
Het aantal vrouwen dat de diagnose krijgt, neemt toe. “Dit komt niet doordat meer vrouwen slaapapneu krijgen, maar doordat er meer aandacht voor is”, zegt Venekamp. “Dat is mooi, maar ik vind dat de herkenning bij vrouwen nog beter kan.” Er is niet veel bekend over het aantal mensen met slaapapneu. In 2013 werd het totale aantal patiënten in Nederland geschat op 500.000, zegt Venekamp. Ze verwacht dat dat er nu meer zijn. Velen van hen lopen onbehandeld rond: “Er worden 275.000 mensen met slaapapneu behandeld.”
OSA-consulent Wolters heeft gekeken hoeveel mensen in het Slingeland Ziekenhuis de afgelopen drie maanden begonnen zijn met een behandeling tegen slaapapneu. “Dat zijn 55 mannen en 20 vrouwen. De vrouwen zijn tussen de 44 en 71 jaar oud, de mannen met OSA zijn tussen de 26 en de 80.” De cijfers geven een beeld van wat in hun ziekenhuis qua aantallen patiënten ‘normaal’ is, zegt Wolters. Wat haar verder opvalt: “Er zijn vrouwen met flink overgewicht, maar ook dunne vrouwen en alles wat daartussen zit. En ze zijn dus vaak heel moe.”

null Beeld

Ans (63): “Wacht even, dacht ik, wanneer adem ik dan wel?”

“Ik werk bij Philips en tien jaar geleden kregen we van het bedrijf de mogelijkheid om een slaaponderzoek te ondergaan. De uitslag was heftig: mijn adem bleek 85 keer per uur te stoppen. Wacht even, dacht ik, wanneer adem ik dan wel? Ik had destijds nul energie, maar daar was ik aan gewend. Als ik stilstond in de file, dommelde ik in. Was ik op het werk in gesprek, dan had ik de neiging om weg te doezelen. Ik vroeg dan of er een raam open kon, want ik was in de overgang. Ik had ook overgewicht, maar mijn bloeddruk en cholesterol waren goed. Ik ben inmiddels wat kilo’s afgevallen. Nu ik me beter voel, kan ik me niet voorstellen dat ik het destijds heb volgehouden. Direct de eerste nacht dat ik met het CPAP-apparaat sliep, dacht ik: wauw, ik kan ademen. De eerste week had ik zoveel energie dat ik bomen uit de grond kon trekken. Daarna kwam ik in een flinke dip terecht, wat niet zo gek is, want je lichaam moet flink omschakelen. Toch heb ik nooit meer een nacht zonder geslapen. Veel vrouwen, met name als ze in de overgang zijn, hebben allerlei klachten. Ik zou ze aanraden niet alles toe te schrijven aan de overgang. Toen ik de diagnose slaapapneu kreeg, was ik blij. Nu was er een naam voor mijn klachten en die hadden dus niet te maken met overgang.”

Levensbelang

De diagnose was voor mij aan de ene kant een enorme opluchting: eindelijk had ik een verklaring voor mijn energiegebrek. Maar ik schrok ook behoorlijk, want stoppen met ademen, is dat niet gevaarlijk? Kun je daardoor doodgaan? Nee, zei de verpleegkundige tegen mij. Longarts Lisette Venekamp: “Het lichaam is zo gebouwd dat er een stressreactie ontstaat als de ademhaling te lang uitblijft. Er wordt dan adrenaline aangemaakt, waardoor je even wakker wordt en weer gaat ademen. Je hoeft daar niets van te merken. Maar dat wakker worden, soms honderden keren per nacht, is funest voor de kwaliteit van je slaap en reden voor de slaperigheid en vermoeidheid. Je rust niet uit.”

null Beeld

Het gevaar van slaapapneu zit vooral in zuurstofgebrek, zegt de longarts: “Bij veel en langdurige apneus, ze kunnen langer dan veertig seconden duren, krijgen organen te weinig zuurstof. Daardoor is er een verhoogde kans op hart- en vaatziekten.” Daarom is behandeling van levensbelang. Bij minder dan dertig ademstops per uur kan een speciale beugel de luchtpijp openhouden. Bij meer dan dertig ademstops per uur komt CPAP in beeld, wat staat voor Continuous Positive Airway Pressure. Een apparaat blaast via een slang en een neus- of mondneusmasker continu lucht in neus en keel zodat de luchtweg openblijft. In sommige gevallen is ook een operatie een mogelijkheid.

null Beeld

Masker op met slaapapneu?

Tegen slaapapneu zijn verschillende behandelingen mogelijk. Veelgebruikt is een apparaat dat via een slang en gezichtsmasker lucht blaast in de keel. ResMed en Philips zijn twee bekende fabrikanten van apneu-apparaten. Philips kwam het afgelopen jaar in het nieuws vanwege een veiligheidsprobleem: in sommige apparaten zit schuim dat mogelijk schadelijke deeltjes bevat. Die zouden los kunnen komen en ingeademd kunnen worden. Toch kunnen de apparaten vooralsnog veilig gebruikt worden, zeggen zowel de Inspectie voor de Gezondheidszorg als (long)artsen. Philips vervangt wel de apparaten of alleen het bewuste schuim, maar omdat de apparaten wereldwijd verkocht worden, kost dat tijd.

Eindelijk uitgerust

Het aantal ademstops is niet allesbepalend bij het kiezen van de behandeling, voegt Venekamp toe. “Ook mensen met minder dan dertig ademstops per uur kunnen heel goed met CPAP behandeld worden. Sommigen reageren veel beter op CPAP dan op de beugel, en omgekeerd komt ook voor. Het is van belang dat de dokter samen met de patiënt beslist welke behandeling het beste past.” Ze benadrukt dat de ernst van slaapapneuklachten niets te maken heeft met het aantal ademstops. “Dat wordt helaas nog vaak gedacht. Mensen met weinig ademstops kunnen net zo goed ernstige klachten hebben als mensen met heel veel stops. Er zijn ook mensen met bijvoorbeeld zestig ademstops per uur die nergens last van hebben.”
Voor mij rest niets anders dan CPAP, ofwel: ik moet de rest van m’n leven slapen met een masker op. Leuk is anders, maar helaas, ik ontkom er niet aan. Al snel merk ik dat mijn slaap verbetert en dat ik bij het opstaan meer uitgerust ben. Last van onrustige benen heb ik niet meer. Mijn energieniveau stijgt langzaam, dat schijnt normaal te zijn. Ik ga er maar van uit dat de lijn omhoog is ingezet.

Fotografie: Getty images

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden