Tessel tindert Beeld Libelle
Tessel tindertBeeld Libelle

PREMIUM

Tessel: “Ik heb geen zin in luie seks met Robert. Reinier en ik vrijen zo lekker”

Na een dagje strand met Robert slaat Tessel zijn aanbod om te blijven slapen af. Ze wil Reinier niet belazeren en denkt stiekem ook nog aan Pieter.

TesselLibelle

“Nou, blijf je slapen?” roept Robert nog een keer boven het geruis van de zee uit. Voor ik ook maar mijn mond kan opendoen, tilt hij me op en gooit me in de golven. Ik ga kopje onder en krijg een slok zout water binnen. Naar adem snakkend kom ik weer boven. Ik probeer hem te tackelen, maar hij houdt me in een glibberige houdgreep. “Ik blijf niet slapen bij een gemene bruut”, roep ik. Ik haak mijn voet achter zijn benen, maar lachend duwt hij me van zich af.

Even later staan we druipend op het strand. Hoewel de ondergaande zon al roze en paarse strepen in de lucht trekt, is het nog steeds warm. We slaan onze handdoeken om en lopen naar zijn huis.

“Sorry, maar ik stap in de auto”, zeg ik wanneer we voor de deur staan. “Morgen moet ik weer vroeg aan het werk.”

Gelukkig dringt Robert niet aan. Ik vraag me af of hij aanvoelt dat er een ander is, normaal ben ik met een natte vinger te lijmen. Maar ik heb geen zin om Reinier te belazeren, en, als ik eerlijk ben, heb ik vooral geen zin in die luie seks van Robert. Reinier en ik vrijen zo lekker, daar kan niemand tegenop. Nou ja, Pieter misschien.

Als ik naar huis rij door de zoele avond, vraag ik me af wat ik zou doen als Pieter me zou appen dat hij in de stad is. Ik hoop vurig dat ik hem kan weerstaan, hij verdient het niet dat ik weer knikkende knieën van hem krijg.

De rest van de week heb ik geen tijd om van het mooie weer te genieten. Ik heb weerzinwekkend veel deadlines en moet flink aan de bak.

Wel ga ik vrijdagmiddag iets drinken met Vos. Hij was afgelopen week in Frankrijk met zijn dochter. Ik ben benieuwd of Carmen, de Spaanse pianiste, nog in zijn leven is. De laatste keer dat ik hem sprak, had ze het uitgemaakt omdat ze de liefde van Vos te overdonderend vond.

Ik vind Vos liggend in de kussens van een loungebank op ons favoriete terras in het park. Hij is gebruind, maar zijn ogen staan flauw. Hij vertelt over zijn tripje naar Frankrijk, over zijn vader die daar woont en met wie hij niet veel heeft.

“Ik vraag me soms af of ik wel zijn zoon ben. Als ik naar hem kijk, zie ik een vreemde.”

Op zijn telefoon toont hij me een foto van zijn vader: een grote, gezette, kalende man. Inderdaad, de tengere, donkere, melancholiek-ogende Vos lijkt in geen enkel opzicht op hem.

“Ik zou wel een DNA-test willen doen. Denk je dat ik kan vragen of hij even met een wattenstokje langs zijn wangslijm wil schrapen?”

“Denk je dan dat je moeder is vreemdgegaan?”

“Mijn moeder was gek en sliep met elke kerel.”

“Dan heb je je dat promiscue gedrag niet van een vreemde”, zeg ik lachend. “Hoe is het met de mooie Carmen? Is ze in of uit je leven?”

“Ze is weer in mijn leven.” Hij zucht. “Maar het voelt niet goed, Tessel. Als we samen zijn, is het fantastisch en is ze helemaal bij mij. Van mij, met mij. Zodra ze de deur uitloopt, verlies ik mijn grip op haar. Dan hoor ik soms dagen niks.”

Nu kijkt hij zo somber dat ik mijn armen om hem heen sla.

“Lieve Vos, kijk eens even naar jezelf met een milde glimlach. Zie je hunkering, je verlatingsangst. Laat haar een beetje vrij. Verstik haar en jullie liefde niet.”

Ik denk aan Reinier, die ik ook voorzichtig heb moeten veroveren en voor mijn gevoel nog steeds aan het veroveren ben.

Ik geef hem een zoen op zijn krullen.

“Dan komt het misschien toch helemaal goed.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden