PREMIUM

Tessel: “Krijg ik van Reinier terug wat ik erin stop?”

Tessel tindert Beeld Libelle
Tessel tindertBeeld Libelle

De vakantie met Reinier zit er alweer op en het normale leven is begonnen. Dat betekent ook minder contact en dat wakkert Tessels onzekerheden aan.

TesselLibelle

Na onze vakantie in Duitsland moet ik aan de slag om mijn deadines halen. Ook Reinier zit meteen weer tot aan zijn oren in het werk. En als hij zo hard werkt, is hij niet erg communicabel. ’s Avonds een appje om me welterusten te wensen, that’s all. Mijn onzekerheid steekt na een paar dagen op als een plotse windvlaag. Zoals altijd vraag ik me af of ik een grote aanstelster ben. Of waarschuwt mijn intuïtie me: is hij wel net zo dol op mij als ik op hem? Als ik hem mijn twijfels vertel, zucht hij. “Vroeger stuurde je brieven naar elkaar, dan hoorde je soms weken niks. Nu moeten we om de haverklap appen.”

In mijn rusteloosheid app ik Vos: zullen we vanavond naar zee?

Dat vindt Vos een goed idee. Een uur later lopen we bij Bloemendaal een houten vlonder af naast een strandtent waaruit een klereherrie klinkt. Als de muziek stopt, horen we een dj roepen en het publiek schreeuwen en joelen. Dan barsten de bassen weer uit de speakers.

“Wat is dit voor asociaal gedoe”, moppert Vos. “Ik kom hier voor het geruis van de golven en het gekras van de meeuwen.”

Ik plaag hem dat hij oud wordt. Vos is vorige week 55 geworden en ik weet dat dat aan hem knaagt. “Op mijn werk dacht een nieuwe collega dat ik 47 was”, zegt hij triomfantelijk. Vos ziet er inderdaad goed uit, het liefdesverdriet om Dolores is in ieder geval goed geweest voor zijn buikje en ook zijn gezicht lijkt minder pafferig. Zijn dikke grijsbruine haar waait jongensachtig om zijn hoofd en zijn ogen staan voor het eerst in tijden minder droefgeestig. We lopen over het strand totdat we de muziek niet meer horen. Bij een kleurrijke hippietent drinken we een biertje. Hier schalt Bob Marley over het terras, maar de prachtige zomeravond en de rozerode zonsondergang lenen zich voor weemoedige reggaemuziek.

“Vertel”, zeg ik. “Heb je Dolores van je afgeschud?”

En dat blijkt precies wat hij heeft gedaan. Dolores heeft de zomer bij haar ouders in Spanje doorgebracht en liet maar mondjesmaat wat van zich horen. Als Vos haar vroeg of hun relatie nog wat waard was, deed ze vaag. Na zes weken had hij er schoon genoeg van en zette hij er een punt achter. “Ik wil terugkrijgen wat ik erin stop”, zegt hij grimmig. “En ik kreeg verdomd weinig terug. Dus heb ik haar spullen in dozen gestopt, die kan ze komen halen als ze weer in de stad is. Ik heb een oude scharrel laten komen en die eens flink gepakt. Ik ben ook op weer Tinder gegaan. Zondag zie ik een leuke vrouw, een internist.”

“Ik dacht dat je niet meer wilde scharrelen? En nooit meer op Tinder?”

“Ik wil vooral over mijn liefdesverdriet heen komen. Dit lijkt me de beste remedie.”

Ik denk aan Reinier. Krijg ik terug wat ik erin stop? Ik weet het eigenlijk niet. Als ik het Reinier zou vragen, denk ik dat hij alles bij elkaar zou optellen: we zien elkaar een à twee keer per week, we zijn net samen een paar dagen weggeweest, we bellen en appen regelmatig; wat zeur je nou?

“En nu jij”, zegt Vos. “Je klinkt down. Was het niet leuk in Duitsland?”

Ik vertel hem dat ik in Reiniers auto heb mogen rijden, en over de stress over het vinden van een fijn hotel, over ons eerste echte ruzie. En dat het al met al superleuk was.

“Dat klinkt als een heuse relatie”, zegt Vos. “Is dat het ook?”

Daar moet ik over nadenken. Wat hebben Reinier en ik nou? Zijn we minnaars, geliefden, vriendje en vriendinnetje, partners met alles erop en eraan?

“Dat weet ik niet”, zucht ik. “En dat is precies waarover ik tob.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden