Tessel tindert Beeld Libelle
Tessel tindertBeeld Libelle

PREMIUM

Tessel: “Opeens gaat er een lichtje branden: ik zit keihard in de overgang”

Tessel

Na een gesprek met Doris realiseert Tessel zich dat ze eigenlijk helemaal niet weet wat Reinier voelt. Ze besluit het hem te vragen.

Sinds mijn gesprek met Vos voel ik me wiebelig. Zijn somberheid en onzekerheid over Dolores hebben me besmet. Ik mag dan wel tegen hem zeggen dat hij met een milde glimlach naar zijn eigen hunkering en verlatingsangst moet kijken, zelf lukt me dat momenteel alleen met de allergrootste moeite. Zeker nu Reinier een paar dagen een wijnreisje door de Loire maakt met een vriend. Elke dag stuurt hij me foto’s van glooiende heuvels vol akkervelden, of van de heren achter een glas op een beschaduwd terras van een of ander wijngoed. ’s Avonds ontvang ik appjes dat hij zin in me heeft en mijn tepels wil kussen. Ik vermoed dat er dan inmiddels heel wat wijn in de man zit.

Ik vraag me af wat me dwars zit. Hij verwaarloost me toch niet? Hij stuurt appjes en foto’s. Toch merk ik dat mijn verbeelding een loopje met me neemt. Dat hij en zijn vriend op die terrassen en wijngoederen gezelschap krijgen van vrouwen, veel jonger en mooier dan ik, met wie ze erg veel plezier maken.

Doris, die me altijd feilloos doorheeft, merkt meteen dat er iets aan de hand is als ze op een avond bij me komt eten.

“Wat is er, mam? Het lijkt alsof je elk moment in tranen kunt uitbarsten. Moet je ongesteld worden of zo?”

Daar moet ik om lachen. De kinderen worden altijd razend als ik hun humeur koppel aan hun menstruatie. Bovendien ben ik niet zo vaak meer ongesteld. De laatste keer is minstens drie maanden geleden. Opeens gaat er een lichtje branden: ik zit keihard in de overgang, misschien is dat wel de reden van mijn wankele gemoedstoestand.

Al vind ik het vernederend en beschamend om mijn jaloezie en onzekerheid te delen met mijn 23-jarige dochter, vertel ik haar toch wat me dwarszit.

Doris kijkt vertederd.

“Heb je wel door dat je altijd somber en onzeker bent als je Vos hebt gezien?” vraagt ze slim. “Lijken hij en Reinier soms op elkaar?”

Nee, die mannen lijken helemaal niet op elkaar. Vos is klein, fragiel en donker als een Italiaan, Reinier is groot en lijkt op een Viking met zijn blondgrijze kuif en knalblauwe ogen. En waar Vos melancholiek, gevoelig en romantisch is, is Reinier rationeel, stabiel en stoer. Reinier kan ik nooit helemaal peilen, hij houdt altijd iets geheimzinnigs, alsof hij iets achterhoudt. Hij zou een ideale spion zijn. Omdat Vos al zijn gevoelens deelt, krijg ik inzicht in hoe mannen voelen en denken en handelen. Wat Vos en Reinier wél gemeen hebben is dat het allebei vrijgevochten mannen zijn. Ze binden zich niet snel aan een vrouw, bewaken angstvallig hun autonomie.

Opeens weet ik wat me dwarszit: nu Vos zo hopeloos verliefd is op Dolores dat hij alleen nog maar kan hunkeren, vraag ik me af of Reinier verliefd is op mij. Houdt hij van mij? Is hij me trouw? Waarom weet ik dat eigenlijk niet? Waarom spreekt hij zich niet uit?

Mijn onderbuik verkrampt. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik voel me zo nerveus dat ik zou willen brullen.

Als Doris is vertrokken app ik Reinier.

Vind je me nog wel leuk?

Ondanks mijn toestand moet ik grinniken, want ik zie hem daar ergens in de Loire de wenkbrauwen fronsen bij deze hysterische vrouwenvraag die uit het niks opdoemt. Een paar minuten later krijg ik antwoord.

Zeker.

Want?

Weet niet. Beetje labiel.

Ben dol op je.

Mijn hart bedaart. Er rolt een steen van mijn borst. De kramp in mijn buik golft af en aan. Opeens voel ik mijn onderbroek warm en vochtig worden.

Op de wc zie ik dat het bloed is gekomen alsof er een dijk is doorgebroken.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden