PREMIUM

Tessel: “Opgelucht geef ik de paternalistische eikel een zoen”

Tessel tindert Beeld Libelle
Tessel tindertBeeld Libelle

Tessel en Reinier zijn er samen een paar dagen tussenuit, maar niet alles loopt gesmeerd.

TesselLibelle

Reinier en ik hebben een paar heerlijke dagen. We fietsen over de heide, we zwemmen en spelen in het zwembad en zitten in de bloedhete sauna.

’s Avonds trekt Reinier een jasje aan en ik een mooie jurk en gaan we lekker eten in het hotel. De volgende avond lopen we naar tentje in het dorp waar ze schnitzels serveren zo groot als pannenkoeken en enorme pullen bier. Het enige wat me dwarszit, is dat we nog geen hotel hebben voor de laatste nacht. We zoeken voor het slapen gaan een half uurtje op booking.com, maar vinden zo snel niks leuks.

“Komt wel goed”, zegt Reinier luchtig. “Als jij morgen rijdt, zal ik verder zoeken op internet.”

De volgende dag vertrekken we na het ontbijt. Het is bloedheet en terwijl ik zijn Volvo door de glooiende heuvels laveer, geeft Reinier orders hoe ik moet rijden. Ondertussen houdt hij mijn rijkunst in de gaten en scrolt hij op zijn telefoon. Soms belt hij naar een hotel, maar steeds krijgt hij te horen dat alles vol zit. Zijn aanwijzingen worden steeds korzeliger en ik word steeds gespannener. Dan dirigeert hij me naar een dorpje met links en rechts vakwerkhuizen, waar hij me gebiedt te stoppen. Maar ik zie zo gauw geen vrije parkeerplaats langs de hoofdstraat, dus ik rij langzaam door.

“Wat is je plan?” vraagt hij afgemeten. “Ik vraag je toch om te stoppen?”

“Maar waar dan?” roep ik wanhopig. “Zal ik gewoon doorrijden naar huis? Dat kan ook hoor!”

Voordat we het weten raken we in een ruzie verzeild die een 40-jaar getrouwd stel niet zou misstaan. Ik roep dat ik doodzenuwachtig ben. Dat hij me op de vingers kijkt tijdens het rijden en overal commentaar op heeft.

“Je bent behoorlijk paternalistisch, weet je dat wel?”

“Als het jou een goed gevoel om mij zo te noemen”, zegt hij ijzig, “ga je gang. Maar parkeer nu dáár de auto, pak je telefoon en help me zoeken.”

Op dat moment haat ik hem. Ik ga nooit, nóóit meer met deze arrogante zak op vakantie.

Dan komen we weer enigszins bij zinnen. Ik realiseer me opeens dat Reinier ook nerveus is: dit is wel ons eerste vakantietje samen en hij wil natuurlijk niet met mij in een of ander truttig of armoedig hotel belanden. Dat vertedert me enorm. Die stoere man wil goed voor de dag komen en zijn meisje niet teleurstellen. Ik pak mijn telefoon en ga op zoek op booking.com. Maar alles wat ik acceptabel vind, is voor vanavond volgeboekt. Shit, denk ik, hoe stom kunnen we zijn om niks te regelen voor een zaterdagavond in het hoofdseizoen.

Dan vindt Reinier een hotel bij een middeleeuwse burcht, een halfuur rijden verderop. In keurig Duits belt hij met de receptie. Gelukkig is er voor die avond nog een kamer vrij, en we kunnen er ook dineren. Ik dwing hem tot een high five.

Maar de kou is nog niet uit de lucht; zwijgend rijden we naar het hotel dat godzijdank net zo idyllisch is als op de plaatjes. Als we onze tassen op de kamer - best truttig, maar wat kan het me schelen - zetten, kijk ik hem smekend en ook een beetje angstig aan: ik kan totaal niet tegen ruzie en ijzig gedoe en ik heb geen idee hoe lang Reinier bokkig kan blijven.

Hij ziet mijn blik en zegt: “Ook samen op vakantie moet je leren. Zo makkelijk is dat nog niet. En ja schatje. Ik houd nog van je.”

Opgelucht geef ik de paternalistische eikel een zoen. En dan gaan we een groot glas bier drinken op het terras.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden