Tessel Beeld Libelle
TesselBeeld Libelle

PREMIUM

Tessel: “Ze voelt zich verschrikkelijk bedonderd door die stoere man met zijn mooie praatjes”

De neef van Tessel die vermist was, is eindelijk terecht. Waar ze voor vreesden, blijkt waar te zijn.

TesselLibelle

Doris belt me op zaterdagochtend, als ik in mijn tuin ben en mijn uitbundig bloeiende oranje rozen bewonder. Wouter is terecht, vertelt ze. Maaike, zijn vriendin, heeft een brief van hem gekregen. Wat we al vreesden blijkt waar te zijn: hij zit in een gevangenis in Frankrijk. Via het Franse snelrecht is hij veroordeeld tot een jaar, bij goed gedrag komt hij na vijf maanden vrij. Waarom hij straf heeft schrijft hij niet, alleen dat hij met vrienden een dagje naar Lille was en dat het ‘gierend uit de klauwen is gelopen’.

Ik bel Emmy, mijn zus en de moeder van Wouter. “Drugs gedeald natuurlijk”, zegt ze. Ze klinkt niet verbaasd of geschokt, maar ik hoor hoe ze scherp de rook van haar sigaret uitblaast. “Op deze boodschap zit ik al jaren te wachten.”

“Wil je hem niet opzoeken?”

“Ik weet het niet”, zegt ze, en nu trilt opeens haar stem. “Ik voel me eigenlijk al een tijdje niet goed. Ik ben zo verschrikkelijk moe. Ik weet niet of ik er de energie voor heb.”

“Wat is er aan de hand?” vraag ik gealarmeerd.

Met mijn zus is altijd wel wat, maar ze is een kei in het ontkennen van fysiek ongemak. Zo had ze ooit een enorme vleesboom, maar ze moest eerst bijna doodbloeden voordat ze zich bij een dokter meldde. Onze moeder was net zo. Klagen was voor zwakke mensen, en wij waren niet zwak. Ik vrees dat ik uit hetzelfde hout ben gesneden, maar ik heb nooit wat, dus er valt niet veel te klagen. Afgezien van mijn bevallingen heb ik nog nooit in een ziekenhuis gelegen.

Afkloppen, gauw.

“Geen idee”, zegt ze. “Ik heb soms bloed bij mijn poep. Misschien wat ijzertekort?”

“Em, daarmee moet je naar de dokter!”

“Ja ja”, zegt ze vaag. “Ik zal maandag naar het spreekuur gaan.”

Ik neem me voor om haar overmorgen te bellen om te checken of ze is inderdaad is geweest.

Op mijn computer tik ik de naam in van de gevangenis waar Wouter zit. Zijn voorlopige thuis ziet eruit als een moderne zielloze Stay-okay. Ik lees dat je voor bezoek schriftelijk toestemming moet aanvragen.

Ik bel Emmy opnieuw. “Zullen we hem een pakket sturen met kleren en zo? En boeken? Hij heeft daar natuurlijk niks te doen.”

Goed idee, vindt ze. “Ik heb nog wel wat boeken liggen van hem.”

Wouter houdt van lezen, van geschiedenis en politiek. Een atypische crimineel, kun je wel stellen. Ik app Maaike of ze kleren en toiletspullen van hem heeft die ik kan opsturen. Kleren wel, appt ze terug, maar toiletspullen niet. Zijn haarcrème was net op.

“Welk merk gebruikt hij?” informeer ik, “dan koop ik dat voor hem.”

Haar antwoord is afgemeten: “Dure van de kapper. Koop maar wat bij het Kruidvat. Hij doet het er maar mee.”

Dat antwoord ontnuchtert me. Ik ben als een dolle alles aan het regelen alsof het een feestelijk sinterklaaspakket betreft, maar die jongens zit in de gevangenis hè, door zijn eigen stomme schuld. Ik begrijp heel goed dat Maaike razend is, die voelt zich natuurlijk verschrikkelijk bedonderd door die stoere man met zijn mooie praatjes. En ze is ook nog eens haar auto kwijt, die is door de politie in beslag genomen.

Rond een uur of zeven lig ik uitgeput op de bank. Ik ben langs Maaike en Emmy gereden om spullen te halen en nog gauw naar een sportwinkel gerend voor een joggingbroek. En dan belt Doris met de mededeling dat je helemaal niet zomaar een pakket mag opsturen, dat ook daar schriftelijke toestemming voor moet komen.

Ik kijk naar de doos met spullen op tafel.

Wat een dag. Die kan maar op een manier worden afgesloten: met pizza en heel veel wijn.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden