TUIN

Jungletuin tussen de akkers

null Beeld Sietske de Vries
Beeld Sietske de Vries

Een weelderig oerwoud in het Groningse Meeden, je verwacht het niet. En tóch bestaat het: in Meeden, op Tuingoed Foltz van Andries en Bob.

null Beeld

Blad van de Musa, oftewel de bananenplant of -boom. Bij Tuingoed Foltz als buitenplant, maar ook een prachtige plant voor binnen. De Musa heeft veel licht nodig en verbruikt, mede dankzij de grote bladeren, veel water. Zorg er daarom voor dat de grond eromheen altijd licht vochtig blijft. Zijn de omstandigheden goed, dan kan de plant snel groeien.

null Beeld

In het midden de Musa basjoo, deze kan wel drie meter hoog worden. Eromheen verschillende soorten varens. Helemaal rechts, met het haarachtige blad, is de Eupatorium capilli-folium. Deze vaste plant met een stevige stengel doet het goed op niet te droge tot vochtige grond. De varen middenvoor is een Coniogramme.

null Beeld

Weilanden, witte wolken, blauwe luchten. Niets in het Groningse landschap tussen Veendam en Winschoten verraadt dat hier een stukje Amazone verborgen ligt. Na het passeren van het dorpje Meeden, rijdend langs grote boerderijen en een tunnel van rode en groene beuken, doemt Tuingoed Foltz op. Een honderdtwintig jaar oude Groningse boerderij van Bob en Andries, met vier hectare grond die wordt bezocht door tuinliefhebbers van over de hele wereld. De helft van de grond bestaat uit een kwekerij en thematuinen, de overige twee hectare is een ook voor bezoekers toegankelijk natuurgebied. Loop je bij de kwekerij richting het natuurgebied, dan doemen metershoge boomvarens, bananenbomen en Gunnera’s (mammoetblad) op, terwijl verderop, tussen de varens, het water van een stroompje glinstert. Andries: “Bezoekers zijn altijd verrast als ze in dit stukje jungle belanden. Ik ben er zelf ook graag. Het is er heerlijk schaduwrijk en de bladvormen en al die tinten groen geven een weelderige sfeer. En het is sowieso een bijzondere ervaring om onder de boom-varens en bananenbomen te lopen.”

null Beeld

Andries (links) en Bob (rechts) met hond Tee voor hun jungletuin. Op de achtergrond de bananenplanten,
Canna’s en olifantsoor.

Danser wordt kweker

Vroeger was Bob Foltz (65) danser en choreograaf, Andries Biering (62) was neerlandicus. Andries: “We waren
altijd al graag bezig in de tuin. Bob had vanwege zijn werk soms maandenlang vrij en vroeg of hij stage kon
lopen bij onze favoriete kwekerij. Eenmaal begonnen wist hij: hier ligt mijn hart. Ik wil kweker worden.”
Na acht jaar mede-eigenaar te zijn geweest van deze kwekerij kochten ze in 1999 de boerderij tussen Meeden
en Westerlee. De start van Tuingoed Foltz, waar zo’n zeven jaar geleden de jungletuin ontstond.
Andries: “In een lommerrijk en beschut deel van de tuin legden we een stroompje aan, dat was het begin.
Eromheen plantten we de eerste bananenbomen, varens en olifantsoren. Toen we eenmaal bezig waren,
ontdekten we dat de combinatie van exotische planten zoals olifantsoren, bananen en varens, Lobelia tupa en Lobelia fistulosa en vaste, goed winterharde planten zoals Hosta’s, Podophyllum (voetblad), Heuchera, Saxifraga en Croscosmia’s elkaar versterkt. Het was bijzonder om te zien dat bekende vaste planten opeens een exotisch tintje kregen.”

Hier, in dit stukje Amazone in Groningen, waan je je écht in de jungle. Hoe is dat mogelijk, met ons zeeklimaat? Andries: “Luwte is ontzettend belangrijk. Doordat de jungletuin achter een houtwal ligt, is het er beschut. Daarnaast is het er schaduwrijk, daar kun je veel meer mee dan op een plek in de volle zon. En natuurlijk moet de grond voldoende vocht bevatten. Iedereen die een luw stukje tuin heeft, kan deze exoten houden. Juist in beschutte stadsbinnentuinen, waar een ander microklimaat heerst, doen ze het erg goed. De Tetrapanax, oftewel de rijst-papierplant, maar ook de Fatsia, de bekende kamerplant uit de jaren zeventig, is volledig winterhard. Ook de Musa basjoo, een winterharde banaan, de winterharde Begonia grandis evansiana en de Phormium doen het goed in stadstuinen.”
Een mini-Amazone brengt wel wat werk met zich mee. Andries: “Veel planten halen we in november, soms met pot en al, uit de grond. Die overwinteren in de kas. Pas begin mei zetten we ze terug in de tuin.”

Overigens worden niet alle planten verplaatst. Andries: “De Gunnera manicata en de Gunnera tinctoria, met massaal blad, pakken we goed in. Het hart van de plant dekken we af met de bladeren van de plant zelf. Daaromheen maken we een gaasconstructie die wordt volgestort met beuken- of eikenblad, waar noppenfolie of fleecedoek omheen komt. De meeste bananenplanten gaan ook naar de kas. Hier weet je het maar nooit. Afgelopen winter waren Bob en ik opgelucht dat tijdens de strenge februarivorst alles veilig in de kas of goed ingepakt stond.”
Over de bewatering zegt Andries: “We hebben een sproeisysteem, maar geven veel handmatig water. De stam van de boom-varen moet elke dag natgemaakt worden, dat gebeurt allemaal handmatig.”

Geen seconde spijt

Veel werk, maar dat deert Andries en Bob niet. “Het leuke is dat je door bezig te zijn in de tuin, die nog veel meer beleeft. De bijzondere, beetje mysterieuze sfeer en de rust in dit deel van de tuin vervelen nooit. Dat we toen ons hart hebben gevolgd en de sprong hebben gewaagd naar onze tuinderij, daar hebben we geen seconde spijt van gehad. Leven met en tussen de planten geeft veel voldoening, we genieten enorm van de tuinen. En wat is er mooier dan dat we dat ook nog kunnen delen met alle bezoekers die ook graag urenlang dwalen door de tuinen en kwekerij?”

  • Tuingoed Foltz is van half maart tot half oktober geopend op di t/m zo tussen 10.00 en 17.00 uur. Leuk: op 14 en 15 augustus organiseert het tuingoed een exotenmarkt waar vijftien andere exotenkwekers en -liefhebbers hun planten presenteren. tuingoedfoltz.nl
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images
  1. De Crocosmia, ook wel montbretia genoemd, past goed in de jungletuin. Vanaf eind juni verschijnen de eerste feloranje, rode en gele bloemen en daarmee gaat de Crocosmia mee door tot aan de eerste nachtvorst. Is de plant uitgebloeid, dan verschijnen er mooie zaaddoosjes aan de stelen. Fijn: de winterharde bloembol kan gewoon in de grond blijven.
  2. De Canna-lelie. Deze Canna is uitgebloeid, hier zijn de zaaddozen te zien. Canna’s zijn er in sprekende kleuren zoals koraal, knaloranje, maar ook oranje met rood. De meeste canna’s worden zo’n anderhalve meter hoog, maar er zijn ook reuzencanna’s die maar liefst drie meter hoog kunnen worden. Ze zijn zonminnend en jawel, ook in Nederland doen ze het goed.
  3. Deze foto is genomen op het terras van Tuingoed Foltz, waar ook jungleachtige planten te vinden zijn. Te zien is het bijzondere blad van de Arthropodium candidum.
  4. Tot nu toe hebben Andries en Bob nog geen dahlia’s geplant in de jungletuin, maar zeg nooit nooit. Op het Tuingoed zijn in elk geval zo’n tachtig soorten dahlia’s te koop, van pompondahlia’s zoals deze tot lossere pioenbloemigen uit de ‘Bishop’-serie. Andries’ en Bobs persoonlijke favoriet is de dieprode ‘Ragged Robin’.
null Beeld

Op de voorgrond Colocasia fontanesii ‘Black Stem’, een olifantsoor met een donkere stengel en donkere bladnerven. Hier kijk je tegen de mooi glanzende achterkant van het blad aan. Door de lichtinval worden de bladeren bijna transparant. Erachter de dromerige Manihot grahamii.

null Beeld

Het stroompje, de mini-Amazone waarmee het allemaal begon. Andries: “Om het perceel loopt een watergang. Het water daaruit pompen we op in de jungletuin en het stroompje kronkelt door de jungletuin door naar de bostuin. Onder de wilg, links in het midden, staat een Schefflera macrophylla, een zeer bijzondere plant die inmiddels twee keer zo groot is. Op de achtergrond een donkerbladige banaan, de Ensete maurelli. Rechts van het water onder meer Ligularia en verschillende varens.

null Beeld
  1. LIEVER LUW Andries: “Veel jungleplanten zoals bananen, siergember en olifantsoren hebben groot blad. Om deze mooi te houden, is het belangrijk om een plek in de luwte te kiezen.”
  2. OVERWINTEREN “Zoek vooraf goed uit welke exoten winterhard zijn en welke uitgegraven moeten worden en in een kas of schuur moeten overwinteren. Exoten als de Gunnera manicata, Gunnera tinctoria en diverse siergembers kun je het beste inpakken. Winterharde exoten zijn bij voorbeeld Fatsia japonica en Schefflera taiwaniana, terwijl je olifantsoren (Colocasia’s) en Schefflera macrophylla het beste in een kas laat overwinteren.”
  3. WATERBEHEER “De meeste jungleplanten gedijen het beste in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid. Breng dus water in de tuin, graaf een vijver of maak een mooi arrangement van met water gevulde kuipen of troggen.”
  4. HEE, PANNENKOEK “Wat mij betreft mag de Manihot grahamii, oftewel de pannenkoeken-plant, niet ontbreken in de jungletuin. Dat is echt een wauw-plant met groot, diep ingesneden blad waar de Inca’s meel van maakten. Hij ziet er exotisch uit en verdraagt enige vorst. Zo mogelijk nog exotischer en winterharder is de uiterst zeldzame Brassaiopsis mitis. Voor de echte liefhebber.”
  5. GROEN DOEN “Een kenmerk van de jungletuin is niet alleen het prachtige groen aangevuld met felgekleurde bloemen, maar ook de opvallende bladvormen en -kleuren. Juist al die verschillende tinten groen en de verschillende vormen combineren prachtig.”
  6. ONVERWACHTE EXOTEN “We hebben gemerkt dat sommige planten elkaar versterken. Musa’s (bananenbomen), Colocasia’s (olifantsoren) en varens gaan goed samen met winterharde, vaste Nederlandse planten zoals Hosta, Podophyllum (voetblad), Heuchera, Saxifraga en Crocosmia. Juist door de combinatie gaan die er plotseling zelf stukken exotischer uitzien.”
  7. DE TROPEN IN DE STAD “In sommige Groningse binnen-stadstuinen die we aanlegden, doen exoten als de Tetrapanax (rijstpapierplant), Fatsia (vingerplant), Musa basjoo en Phormium het nog beter dan bij ons. Niet helemaal verbazingwekkend, want het is er vaak net een paar graden warmer en er is meestal weinig wind.”
  8. IN LAGEN “Voor een echt tropisch effect is het mooi om in lagen te werken. In de hoogte Musa’s, boomvarens en Canna’s, daaronder bijvoorbeeld Podophyllums (voetblad), Colocasia’s en Crocosmia’s en als bodembedekkers lage varens, elfenbloemen, Heuchera’s, Hosta’s en Saxifraga’s.”
  9. BOVEN OP HET WEERBERICHT “Als het ’s winters of in het vroege voorjaar toch onverwachts koud wordt, is het verstandig om sommige planten alsnog extra bescherming te bieden. Gooi er een vliesdoek of een laken overheen en dek dat af met een dennentak.”
  10. ZINNEPRIKKELEND “Wat ik écht een ongelooflijk mooie plant vind die fantastisch past in de tropentuin is de Lobelia tupa. Een opgaande lobelia met een matgroen blad en grote, twee-kleurige rode bloemen waar de honing soms uit lekt. Echt een zinnenprikkelende plant.”
  11. VOOR DE VORM “Kijk niet alleen naar de bloei van een plant, maar kijk vooral ook naar het blad. Daar kijk je vaak veel langer tegenaan dan tegen de bloei. Met bijzondere bladkleuren en -vormen kun je al een prachtige tuin maken, waardoor je soms nog amper bloei nodig hebt.”
  12. VARENS, VARENS, VARENS “Vrijwel alle varens gedijen goed in een jungletuin. Je hebt ze in vele soorten en maten, zoals Dicksonia antarctica, een Australische boomvaren met een prachtige stam, Blechnums en Coniogrammes met mooi blad, maar ook lagere bodembedekkers: Aspleniums (tongvarens), Polystichums (naaldvarens) en Polypodiums (eikvarens).”
null Beeld
  1. Het stroompje waarmee de jungletuin begon.
  2. Een Canna-hybride, oftewel een ondersoort van de Canna. De hybride-soorten zijn er in allerlei kleurvariaties.
  3. De witbloeiende plant op de foto is een Arthropodium candidum, oftewel een Nieuw-Zeelandse rotslelie met een grasachtig blad en luchtige, fragiele bloemen. Een mooie, elegante plant die het ook goed doet bij vijvers en rotstuinen.
  4. Hier is goed te zien hoe mooi de verschillende soorten bladeren elkaar aanvullen en versterken. De roodbladige is de snelgroeiende Persicaria microcephala ‘Chocolate Dragon’, een vaste plant die fraai contrasteert met varenblad.
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden