null Beeld

Dagboek van een alcoholverslaafde: “Eén glas en ik ben verloren”

Annemieke (52) dronk altijd al graag een wijntje. En dan nog een. En nog een. Pas twee jaar geleden durfde ze toe te geven dat ze een probleem had. Het was het startsein van een moeizaam herstel.

Tekst gaat verder onder video.

VIDEO: Wanneer ben je verslaafd aan alcohol? Dokter Rutger legt het uit.

11 oktober 2014

Ik schaam me dood. Echt zo vreselijk dood. Mijn neefje van zeventien heeft me gevonden. In bed, straalbezopen en compleet gedesoriënteerd. Hij was wezen stappen en kwam ’s ochtends vroeg thuis. Ik heb hem laten schrikken. Verdomme. Dit is niet goed. Gisteravond gaf ik een Halloween-feestje, mijn favoriete feestdag. Ik had drank gehaald en de gasten brachten zelf ook flessen wijn mee. De hele keuken stond vol. Toen iedereen rond één uur naar huis was, heb ik ze een voor een leeggedronken. Ik weet niet eens meer hoeveel het er waren. Ik kon gewoon niet stoppen. Zo gaat het altijd: één glas en ik ben verloren. Na een paar flessen kon ik niets meer. Niet eens tv kijken. Ik lag alleen maar op de bank, voor me uit te staren, met een glas aan mijn mond. Kruipend heb ik mijn bed gevonden, een fles wijn onder de arm. Mijn neefje, die hier een tijdje logeert vanwege problemen thuis, vond me. De fles lag nog naast me in bed. Ik hoorde hoe hij huilend zijn moeder opbelde en zei: ‘Het gaat niet goed met tante Annemieke.’ Hij is bij mij om tot rust te komen, om weer op het juiste pad te belanden en wat doe ik? Wat ben ik voor voorbeeld? Een alcoholist, dat ben ik. Met een probleem. Ik heb hulp nodig voor ik mezelf dooddrink. Mijn neefje en ik hebben vanochtend samen alle drank die nog in huis was, door de gootsteen gespoeld. Ik deed hem allerlei beloftes. Mooie woorden. Maar nu, een paar uur later, snak ik alweer naar een wijntje. Ik kan dit niet alleen. Er is al genoeg kapotgegaan. Mijn familie neemt me van alles kwalijk, mijn vrienden zijn veel te vaak boos op me. Ik wil niet alleen achterblijven. Daar ben ik zo bang voor.

20 oktober 2014

Ik deed de deur open en dacht alleen maar: ik ben er. Ik ben echt gegaan. Het was mijn eerste AA-bijeenkomst en ik trof een kaal zaaltje aan, met alleen een tafel en een paar stoelen. Er waren al wat mensen. Sommige jonger, sommige ouder, maar ik wist: allemaal mensen zoals ik. Een paar dagen eerder had ik het nummer op de site van de AA gebeld en me aangemeld. Het belletje was niet eens het moeilijkst; dat was het daadwerkelijk gáán. Mijn gezicht bij de AA laten zien, betekende dat ik erkende dat ik ziek ben en hulp nodig heb. Dat doe ik niet graag. Ik rooi het altijd prima alleen, tenminste: dat heb ik mezelf lang wijsgemaakt. Ik functioneerde nog hartstikke goed in mijn functie als HR-medewerker. Op het werk vermoedde niemand dat ik een probleem had. Dat ik de hele dag verlangde naar thuiskomen en drinken. Dat overwerken een hel was, omdat het betekende dat ik langer moest wachten tot de alcohol door mijn lijf kon stromen.

Ik heb het zo lang ontkend. Zolang ik mijn werk heb, zolang ik de rekeningen betaal en mijn vrienden zie, heb ik geen probleem, dacht ik. Ik deed het alweer zeven jaar alleen, nadat mijn man van me wilde scheiden. Hij zei toen: de drank eruit of ik eruit. Onzin, vond ik dat. Ja, ik dronk graag een wijntje. Misschien wat meer dan andere vrouwen. Maar dat deed ik ook al vóórdat ik hem ontmoette en toen vond hij het allemaal hartstikke gezellig. Ik vond hem saai en ingekakt. Toen hij na zeven jaar vertrok, had ik natuurlijk verdriet, maar ik dacht ook: eindelijk vrij om mijn eigen keuzes te maken. Niemand die nog over mijn schouder meekeek. Nu drink ik nog meer dan toen. Er was steeds meer nodig om me goed te voelen. Heel langzamerhand durfde ik aan mezelf toe te geven: dit gaat te ver. De black-outs, de intense drang naar alcohol. Tien flessen wijn in een weekend: dat is toch wel erg veel.

Ik herkende me in de verhalen van de anderen bij de AA-meeting. Een man met grijze haren vertelde dat hij uit eten was geweest met vrienden. Dat zij twee flessen wijn bestelden voor de hele tafel, en dat hij alleen maar had gedacht: dat is te weinig. Er moet meer komen. De tranen schoten in mijn ogen. Al jaren raakte ik compleet in paniek als ik het gevoel had dat er te weinig was. Te weinig witte wijn voor mij. Tijdens etentjes was ik geobsedeerd door mijn glas. Was het nog wel vol? Stond er nog genoeg op tafel om bij te schenken? Ik hoorde niet eens wat vrienden vertelden. Ik knikte maar wat, terwijl onder de tafel mijn knieën trilden. Van pure wanhoop. Wat als er niet méér zou komen? Als dit laagje in mijn glas het laatste was? Ik kon niet zelf een nieuwe fles bestellen, dat deed ik al veel te vaak. Ik had geen zin in weer een preek van mijn vrienden. Eerlijk gezegd bleef ik al heel lang liever thuis dan dat ik met mijn vrienden eropuit ging. Thuis zag niemand hoeveel ik dronk. Gordijnen dicht, tv aan en gewoon ik en mijn fles, of eigenlijk flessen. En dat is eenzaam. Ik wilde me niet meer eenzaam voelen. Vanavond zette ik de eerste stap.”

15 april 2015

Ik kan het niet. Ik kan het gewoon niet. De drank is overal. Op elk feestje, elke keer als ik boodschappen doe. Ik zie mensen op tv drinken, in boeken trekken ze om de haverklap een fles open. Iedereen geniet en ik mag niet meedoen. Bij de AA zeggen ze: eens een alcoholist, altijd een alcoholist. Ik ben gedoemd om voor altijd langs de kant te staan. Zo voelt het. Gisteren werd ik vijftig jaar. Als verrassing stonden vijf vriendinnen voor de deur. Ze waren als Elvis verkleed en zongen een zelfbedacht lied over mij. Over onze vriendschap, met allerlei leuke grappen waar ik niet om kon lachen. Zij wilden mijn verjaardag vieren en ik dacht alleen maar: hoe kan een feestje ooit leuk zijn zonder drank? Ik zat op de bank en keek naar ze, maar het lukte me niet om plezier te hebben. Ga alsjeblieft weg en laat me alleen, dacht ik.

Ik ben nog te druk met overleven om te kunnen genieten. Wat had ik graag een fles wijn open getrokken en in die roes waar ik zo van hou, met ze meegelachen. Een paar glazen en ik was weer de Annemieke die overal een feest van maakt. Maar dan zou ik de laatste zes maanden weggooien. Dan waren al die sterke momenten voor niets geweest. En dan zou ik mijn vriendinnen, die er nog altijd voor me waren ondanks alle keren dat ik me had misdragen en alle ruzies die ik met mijn beschonken hoofd met ze had gemaakt, teleurstellen. Dat had ik al te vaak gedaan. Het werd een kort verjaardagsfeest. Geen leuk feest. Maar wel één zonder drank en ik ben het doorgekomen. Weer een mijlpaal behaald.”

20 oktober 2016

Mensen vragen weleens of ik nu klaar ben. Afgekickt? Uitbehandeld? Beter? Ik heb bijna twee jaar niet gedronken. Dus dan is het wel een keer goed, denken zij. Soms zeggen ze zelfs dat ze het ongezellig vinden dat ik helemaal niet meer drink. Een wijntje op zijn tijd kan toch best? Ze snappen er niets van. Ik heb een ziekte, vertel ik dan. Als ik één glas neem, gaat de fles leeg. En dan ga ik naar de winkel voor nog een fles of drie. Die gaan dezelfde avond ook nog op. Ik ken geen maat. Wil ik overleven, dan is de enige optie om helemaal niets meer te drinken. Nu ik mijn jubileum heb ‘gevierd’ – twee jaar schoon – kijk ik steeds vaker terug op alle jaren die ik heb vergooid aan de drank. Ik ben zo veel mooie momenten vergeten. Heb zo veel geld uitgegeven aan wijn – daar had ik een huis van kunnen kopen. En ik ben zo veel misgelopen. Een gezin, bijvoorbeeld. Van kinderen is het nooit gekomen. De drank verwoestte mijn huwelijk, de relaties daarna waren nooit goed. Wanneer je van de fles houdt, kun je niet ook nog van iemand ernaast houden. Dat zie ik nu. Ik heb nooit mogen ervaren hoe het is om die onvoorwaardelijke liefde voor je eigen kind te voelen. Misschien maar goed ook. Want onvoorwaardelijk was die liefde, toen ik nog dronk, nooit geweest. De vrouw die ik toen was, verdient geen enkel kind als moeder.

Toch is mijn leven zo veel mooier dan een paar jaar geleden. Laatst mocht ik oppassen op de baby van een neef. Het voelde als een immens geschenk. Hij kent mijn verleden en toch vertrouwde hij me zijn kind toe. Ik heb van elke seconde genoten en heb haar alle liefde proberen te geven die in me zat. Zo zijn er steeds meer waardevolle momenten in mijn leven. Ik heb yoga en mindfulness ontdekt, ik volg een cursus schrijven en ik wil mijn massagetechnieken opfrissen, die ik ooit leerde vóórdat de alcohol al het moois uit mijn leven wiste. Ik ben er weer. Zo voelt het. De strijd is er nog, elke dag. Om niet die gang in te lopen in de supermarkt. Soms sla ik een feest over, omdat ik voel dat ik op dat moment niet sterk genoeg ben. Maar mijn vriendinnen zijn gebleven, wat een cadeau is dat. En ik kijk sinds kort weer naar mannen. Ik merk dat ik er weer naar verlang om samen met iemand te zijn. In mijn leven zoals het nu is, heb ik niets meer te verbergen. Dat creëert ruimte voor een relatie. Niet dat ik een man nodig heb om gelukkig te zijn, maar samen is fijner dan alleen. De eerste afspraakjes die ik via een datingsite had, waren leuk. Toch zat de ware er niet tussen. Ik zoek verder. Rustig aan. Totdat ik iemand vind voor lange strandwandelingen en koffie op het terras. Ja, ik drink sinds een jaar koffie. Wie had dat ooit gedacht: dat dat mijn nieuwe verslaving zou worden?

LEES OOK:

Tekst: Renee Lamboo-Kooij. Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden