null Beeld

Gerdi Verbeet: “Ik kan het iedereen aanraden om jong kinderen te krijgen”

Hoe ouder, hoe inspirerender. Dat geldt zeker voor onze voormalig Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, die in 2012 haar voorzitterschap aan de wilgen hing. Ze was moe en wilde meer ruimte om te reizen en met haar familie te zijn. Nu, vijf jaar later, heeft ze het drukker dan ze zich toen had voorgesteld. Maar ze lijkt geen spat ouder. "Vitaliteit is volgens mij ook optimisme."

Online redactie Libelle

Interview: Maartje Laterveer.

Jong kinderen

Verbeet heeft twee zoons uit haar eerste huwelijk en haar man heeft twee kinderen. "Ik zeg altijd dat we samen vier kinderen hebben en zes kleinkinderen. Ik vind niks mooiers dan dat die allemaal bij elkaar zijn. Dat probeer ik ook altijd zo te organiseren, dat vind ik het leukste wat er is. Het enige wat ik zeker wist in mijn leven, was dat ik jong kinderen wilde." Op haar 22e kreeg ze haar eerste kind, en niet lang daarna haar tweede. "Ik kan het iedereen aanraden om jong kinderen te krijgen. Je bent dan nog fit."

Tekst gaat verder onder video.

VIDEO: Zeg nou zelf: vrouwen zijn netter dan mannen, toch?

Zelfstandig

Fit genoeg ook om hard te werken als de kinderen groot zijn. Want direct na familie komt werken, zo is het dan ook wel weer. In de avonduren volgde Verbeet een opleiding tot lerares Nederlands en toen de kinderen groot genoeg waren, ging ze werken. "Ik was toen dertig, de kinderen zaten net op school. ’s Ochtends zette ik het kookwekkertje en gingen ze zelf de deur uit. Ze hadden een sleutel, en er hing een schema met pictogrammen op de deur waarop precies stond wie er thuis was als ze uit school kwamen en of hun gymtas mee moest. Ze waren zes en acht, zoiets, en heel zelfstandig", zegt ze niet zonder trots. "Ik heb altijd een team gevormd met mijn kinderen. Toen ik werd gebeld om te solliciteren voor mijn eerste baan, heb ik stripboekjes gekocht, een krentenbol en een pakje sap. Toen de school uit ging, heb ik de jongens in de kantine van de school gezet en gezegd: 'Als je je stripboekje uit hebt, moet je ze even ruilen.' De rector kwam me halen uit de kantine en keek een beetje ongerust naar die jongetjes. Hij zei: 'Blijft dat daar zo zitten?' Ik zei: 'Nou, dat mag ik wel hopen, als deze al niet doen wat ik zeg, hoe moet dat dan met dertig kinderen?' Toen ik terugkwam, zaten ze daar heel gezellig te lezen. We hebben altijd een soort deal gehad: als het niet kan, doen we het niet."

Door schade en schande

Uiteindelijk, weet ze na al die jaren in de politiek en na twee scheidingen, is dat het belangrijkste: "Om je verschillen te vieren. Er niet op voorhand van uitgaan dat je zelf gelijk hebt. Ik ben oprecht geïnteresseerd in een ander, in wat iemand voelt of denkt. Vaak zat ik bij debatten en dacht ik: ja, zo kun je er ook tegenaan kijken. Evenzo is het in een relatie belangrijk om ruimte aan elkaar te geven. Dat heb ik door schade en schande geleerd. Ook dat je daar zelf duidelijk over moet zijn. Ik hecht erg aan mijn autonomie. Ik ben dan wel getrouwd, maar ik heb nog steeds mijn eigen appartement in Amsterdam en ik vind het prettig om daar een, twee dagen in de week te zijn. Zo’n dagje niets of niemand om voor te zorgen, heerlijk vind ik dat. Ik heb altijd rekening willen houden met anderen, maar ik wil wel ook mijn eigen gang kunnen gaan.’ Dus die hond, dat wordt een hondje van praktisch formaat: een dwergteckel. "Ik wil niet van hulp afhankelijk zijn. Ik wil een hond die ik zelf kan dragen als ze ziek is en die mee mag in het vliegtuig. Het is mijn eerste hond, dus ik neem een klein risico: ik weet niet of het goed gaat. Maar het is wel een gecalculeerd risico, hè. Ik ben niet iemand die in het water springt zonder te weten hoe diep het is." En met haar aanstekelijke lach vult ze de ruimte net zoals ze dat vijf jaar geleden in de Kamer deed.

Ouder worden

Haar tijd in de Kamer noemde ze destijds de mooiste tijd van haar leven. "Maar", zegt ze terwijl ze vooroverbuigt alsof ze een grappig geheim gaat verklappen, "dat zeg ik nu weer. Ik ben absoluut gelukkig. Ik hoef me nooit af te vragen of wat ik doe bij me past. Ik heb een direct lijntje met mijn instinct. Als ik iets echt niet leuk vind, dan doe ik het niet. Ik ben niet te koop."

De ouderdom komt met kleine kwalen, natuurlijk. Ze wordt een beetje doof, haar handen en knieën worden stroever. "Maar ik vind het proces van ouder worden niet oninteressant. Ik vind het wel boeiend om te zien hoe dat gaat. Ik voel me nog niet echt ouder worden. Mijn kleinzoon had pas tegen zijn moeder die het erg druk heeft, gezegd: 'Je moet maar eens met oma praten, die heeft het ook altijd erg druk.' En dat is ook zo, maar ik heb geen stress. Ik heb veel energie. Ik slaap ook makkelijk. Tenzij ik boos ben, maar dat komt bijna nooit voor. Ik ben eigenlijk altijd vrolijk. Dat klinkt raar, maar ik sta op en denk: zo, wat gaan we deze dag eens doen." Toen ze na vier jaar weg moest uit het onderwijs omdat er toen nog simpelweg te veel leerkrachten waren, kreeg ze van haar leerlingen een bordje met de tekst: een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd. "Dat hadden ze goed gezien."

Meer Gerdi?

Je leest 't hele interview in Libelle 7, vanaf vrijdag 3 februari in de winkel.

LEES OOK:

Beeld: Ester Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden