null Beeld

PREMIUM

Dagboek van Willeke: “Ik ben bang dat Boy niet meer terugkomt en het weer net zo wordt als vroeger”

Willeke maakt zich zorgen nadat Manon Boy het huis uit heeft gestuurd.

Willeke

Dinsdag

“Ze heeft hem eruit gezet”, zeg ik.

“Wat? Wat? Zeg nog eens, mijn verbinding is slecht hier! Wie?”

“Mama!”

“Wie heeft ze eruit gezet?”

“Boy, natuurlijk! Weggebonjourd!”

Ik vertel het lachend, maar mijn stem slaat over. Ik wil niet dat mijn broer weet hoe erg ik geschrokken ben. Mama huilend op haar kamer. Boy weg. Ik ben bang dat hij niet meer terugkomt, dat het weer net zo wordt als vroeger, toen papa wegging en we met z’n drietjes achterbleven. Nu blijven we weer met z’n drietjes achter, alleen kan ik met Titia niet echt praten. Daarom heb ik Rob gebeld.

“Wilsie, niet zo stressen, hoor.”

“Ik stress niet”, zeg ik met een klein stemmetje.

“Echt wel”, zegt Rob, “je bent zo slecht in liegen. Je moet niet zo stressen want mama is gewoon dramatisch aan het doen. Komt helemaal goed met haar en Boy. Ze laat hem er sowieso meteen weer in, het gekke mens.”

“Doe eens lief tegen mama”, zeg ik. “Ze is heel verdrietig, geloof ik.”

“Oké, oké, ik zal haar een leuk kaartje sturen. Doe jij maar iets liefdadigs. Al die handdoeken in je kamer een keer wassen en terug in de kast leggen of zo.”

“Ik steel echt niet meer alle handdoeken”, zeg ik, terwijl ik kijk naar de hoop handdoeken op mijn vloer.

De verbinding wordt verbroken. Ik raap al mijn was op en neem ook mijn lakens af. Anders gaat mama dat weer doen. Ik probeer geruisloos naar de wasmachine te lopen, maar ze hoort me toch. Ze steekt haar huilhoofd om de hoek en kijkt naar de wasmand.

“O, jij had alle handdoeken”, zegt ze.

Ik zeg niks terug. Ik wil iets aardigs zeggen, maar hoe kan ik nou helpen? “Als Tiet klaar is met haar dutje, neem ik haar mee naar het park, oké?”

“Oké”, zegt mama, “doe maar.” Meestal zou er nu een hele preek achteraan komen over niet vergeten in te smeren en hoedje opdoen en geen vreemde honden aaien etcetera. Maar ze zegt niks en glipt weer terug haar kamer in.

Ik app Lotte en Ferdy dat ik naar het park ga en of ze ook komen. Ik vis tien euro uit mama’s tas voor ijsjes en til Titia uit haar bedje.

“Hé dikzakkie, we gaan naar het park!”

“Park! Park! Park!” roept ze en ze zwaait zo enthousiast met haar armen dat ik haar jurkje met moeite over haar hoofd krijg. Ik prop alle babyspullen die ik kan bedenken in een tas en Tiet in haar wagen. Ze kan lopen, maar dat gaat veel te langzaam.

Het is schitterend buiten en ik geniet van de wandeling naar het park. Mensen hebben vakantie en dat merk je, ze slenteren zonder haast, ze hebben ijsjes bij zich, een voetbal of een skateboard, ze hoeven nergens heen, ze hebben mooie zomerkleren aan. Ik denk aan mama in haar donkere kantoortje. Ik had haar mee moeten slepen. Maar misschien wil ze even alleen zijn.

Ferdy en Lotte liggen al languit op een kleed als ik aankom, ze waren om de hoek bij Ferdy thuis.

“Leuk, zo’n klein mens”, zegt Ferdy. “Wil ze op de wip of zo?”

“Daar is ze toch nog veel te klein voor, sukkel”, zegt Lotte.

Lotte heeft een krans van gras gevlochten die ze op Titia’s hoofd legt. “Kijk eens aan! Een kleine koningin.”

Titia trekt de krans van haar hoofd en probeert hem in haar mond te stoppen. Ik pak hem af.

“Getver Tiet, daar hebben honden op geplast.”

“Wafwaf”, zegt ze. Uit het kinderboekje dat Boy voorleest. Hij heeft haar alle dierengeluiden geleerd.

“Ja”, zeg ik, “honden zeggen wafwaf.”

Meer lezen van Willeke? Dat kan hier!

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Iedere week houdt ze een dagboek bij voor Libelle.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden