Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Zorgenzoon - deel 21: "Ik wist het, vuile verrader, ik háát je!", schreeuwt hij

Wegens ernstige gedragsproblemen is Lars in mei 2018 in een instelling geplaatst. Aanvankelijk op de gesloten afdeling, na acht maanden mag hij naar een open setting. Hoewel hij al een paar keer is weggelopen en geen therapie wil gaat het op school best aardig en gaat hij eindexamen doen binnenkort. Omdat hij weet dat hij na de zomer naar huis mag. De deskundigen denken daar alleen anders over…

Advertentie

Pleziereiland

Twee weken na de vorige overlegsessie staat er alweer een volgende gepland. De tijd dringt namelijk, het is mei en in in augustus loopt de voorwaardelijke machtiging af. Als deze niet door de rechter verlengd wordt, betekent dit dat Lars na de zomer ‘vrij’ is. Op een zonovergoten dag (waarom straalt die zon toch altijd confronterend door bij alle narigheid) zit ik met alle wijzen uit het oosten wederom op het hoofdkantoor van het landgoed waarop het stoute kinderen complex gevestigd is. Het groene plezierige landschap waar ik me nu bevind doet weliswaar denken aan het terrein van een Roompot of Landal vakantiepark, de behuizing en sfeer heeft niets met genieten en vertier te maken.

Poppetje gezien, kastje dicht

De gedragswetenschapper die ons nu een klein jaar begeleid heeft, heeft twee dagen voor het nieuwe overleg een mail gestuurd met de mededeling dat zij een nieuwe baan heeft. Het spijt haar dat zij ons, net nu we op de goede weg zijn, niet verder kan begeleiden, maar dat ze er het volste vertrouwen in heeft dat haar opvolgster ‘onze case’ tot een goed einde zal brengen. Ze zal nog wel bij het komende overleg aanwezig zijn, om haar collega te introduceren.

Ongelooflijk weer. Poppetje gezien, kastje dicht, volgende poppetje eruit.

In gedachten tel ik de mentoren, gedragswetenschappers, coördinatoren, begeleiders, gezinsmanagers, therapeuten en coaches die het afgelopen jaar de revue passeerden, bij elkaar op. Met gemak haal ik de 20.

De kaarten staan er niet goed voor voor Lars. Het laatste weekend is hij wederom niet op zondagavond teruggekeerd van zijn verlof. Pas op dinsdag kon ik hem ertoe bewegen de trein te pakken en terug te reizen naar de groene gelederen. Daarmee helpt hij de conclusie van de vertrekkende gedragswetenschapper een flink handje.

Bad messenger

Ze gaat van start met de mededeling dat Lars voorlopig nog niet naar huis kan. Wegens te veel zelfbepalend gedrag. En omdat hij nog te weinig zicht heeft op succes op een ‘gewoon leven’. Het voorstel is om hem nog een jaar lang in de instelling te laten blijven. Omdat hier rust en regelmaat heersen. “Bovendien kan hij dan tenminste zijn schoolexamen afmaken,” besluit de behandelcoördinator. Ik zeg niets. Harm knikt bevestigend. “Wie gaat Lars deze boodschap overbrengen?” vraagt hij zich hardop af. Zijn blik blijft hangen bij mij. Tuurlijk, ik zal wel weer de bad messenger zijn. “Maar sta je er ook achter?” Zijn stem klinkt bars. Ik zucht. Want ik weet dat het niet goed gaat als Lars weer thuis komt wonen. In no time is hij op het verkeerde pad. Maar ik weet ook hoe Lars het hier haat; ik weet dat hij zich niet zal laten opsluiten in dit groene nep-paradijs. “Ik twijfel,” antwoord ik naar alle eerlijkheid. “Want echt vooruit gaat het hier ook niet. En als Lars geen drive heeft, gaat het examen ook niet lukken. Ook al is het nog zo rustig hier.” Alle ogen zijn nu op mij gericht. Wat zouden ze denken? Zouden ze me handelingsonbekwaam vinden? Een slappe moeder? Een eigenwijze trut? Een vago? Wat ze ook denken, positief is het niet, dat voel ik. De energie in de kamer is geladen. Buiten zet de zon de groene idyllische weides nog wat meer in knetterhard daglicht.

De brief

“Febe, jij moet het hem zeggen. Als hij teruggaat naar jou in augustus, gaat hij kapot,” zegt Harm. “Hij belandt in de goot. Niemand die hem nog kan redden. Jij bent de enige van wie hij het aanneemt.” Mijn mond is droog. Mijn hart zit ergens in mijn maag. Ik wil hier weg.

Een week later rijd ik met de systeemtherapeut naar de instelling. In mijn tas zit een brief, die ik op aanraden van de therapeut geschreven heb en straks hardop moet voorlezen aan Lars. Er staat ondermeer in dat het me spijt dat we als ouders er niet in geslaagd zijn om er samen uit te komen en hem samen goed op te vangen en te begeleiden. En ook dat de bezoeken in het weekend niet goed gaan; dat het niet lukt om er goede afspraken over te maken. ‘Ik wil liever een contact wat goed loopt, waar we allebei blij mee zijn,’ heb ik geschreven. Wat een taalgebruik. En het ging me nog makkelijk af ook. Nog even en ik ben zelf een therapeut. ‘Ik vind het erg om te zien dat je de controle kwijt raakt, gefrustreerd raakt als iets niet lukt. En dan kan ik je niet bereiken of helpen,’ schrijf ik aan het einde. Daar is de uitsmijter: ‘Ik heb er ook hard voor geknokt om je bij me te houden en moeite gedaan om je thuis te laten wonen. Het is alleen nog niet zover. Ik denk daarom niet dat het een goed idee is als je volledig bij mij komt wonen.’

Gatver. Wat een perfecte woorden voor een nare boodschap.

Zachte heelmeester

“Ma, godver, zeg het nou maar, kan ik thuis komen wonen of niet?” Lars valt me al na vier zinnen in de reden. Ik kijk hem aan. “Nou????” Zijn ogen staan donker, hij kijkt me dreigend aan. “Nee, want…” “Godver, ik wist, vuile verrader, kutwijf, ik háát je, ik haat je.” Hij springt de lucht in terwijl hij deze woorden uitspuugt. Maakt er grote dreigende armbewegingen bij. “Jullie zijn gemeen, ik kan niemand vertrouwen, ik ga weglopen, ik ga zelfmoord plegen!” Lars roept en schreeuwt, alles door elkaar. Hij rent naar buiten, rent rondjes over de groene weides. Ik kijk naar het verkreukelde papiertje. Heb mijn brief niet eens af kunnen lezen. De mooiste zin “Ik ben niet boos, integendeel, ik houd zielsveel van je. Je bent al zover gekomen. Je bent mijn one and only Lars,” mogen niet meer worden uitgesproken.

Mismoedig en verslagen stap ik in de auto. Wat had ik dan gedacht? Dat hij zou zeggen: nee, inderdaad, wat naar voor jou mama, ik blijf gewoon rustig hier. Hij heeft gelijk. Ik ben een verrader. Een zachte heelmeester.

Kom terug!

Ik rijd richting mijn moeder, die vlakbij woont. Even een relativerend woord van iemand die er qua gevoel helemaal buiten staat, moet mijn wanhoop verdrijven. Dan gaat mijn telefoon. “Kom terug,” roept Lars. “Ik wil met je praten.”

Midden op die akelig zonnige landweg laat ik de auto om zijn as spinnen en koers terug richting het verboden landgoed. Hij staat al buiten en stapt in. “Ik wil hier weg, maakt me niet uit waar naar toe.” Ik gas in het wilde weg. Hij roept, schreeuwt, scheldt me uit. Zijn ogen staan donker. Straks slaat-ie me op mijn hoofd en krijgen we een ongeluk.

Een uur later slaag ik erin hem weer af te leveren bij zijn appartement. Zonder iets te zeggen stapt hij uit en slaat de deur met een knal dicht. Verdoofd zit ik alleen en leg mijn hoofd op het stuur.

Volgende keer: het zusje van Lars sneeuwt onder.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hoofdredacteur Hilmar Mulder: "Mijn mama was en is een groot voorbeeld"

Moederdag valt dit jaar op 9 mei en is dé dag om moeders eens flink in het zonnetje te zetten. Libelle-hoofdredacteur Hilmar Mulder schrijft over haar eigen moeder, voor wie ze veel bewondering heeft.

Of het nou een bosje bloemen uit eigen tuin was, zelfgemaakte jam of mislukte boterkoek: mijn moeder kwam nooit met lege handen. En ze stond altijd voor iedereen klaar.

Advertentie

Naaimachine

Zoals die keer in mijn laatste jaar aan de kunstacademie, waar ik de moderichting volgde. Vlak voor de eindstreep moesten nog een zestal kledingstukken worden gemaakt, wat natuurlijk nachtenlang doorwerken betekende. Geen nood! Gewapend met haar eigen naaimachine arriveerde ze in mijn studentenhok en bleef me vol goede moed assisteren tot het ochtendgloren.

Gezondheidszorg

Maar dat is klein bier vergeleken met de hele bups pleegkinderen die ze in de jaren daarvoor, naast haar werk in de wijkverpleging, in huis haalde. En ook zieken en bejaarden uit de buurt konden altijd op haar rekenen. Een ritje naar de fysio of een pannetje soep brengen vond ze niet meer dan normaal. In de laatste jaren voor hun pensioen ging ze samen met mijn vader aan de slag in de gezondheidszorg op het Cambodjaanse platteland.

Tijdelijke projecten

Terug in Nederland deden ze tijdelijke projecten: van het opzetten van zuigelingenzorg in Zimbabwe tot een onderzoek in een doven- en blindeninstituut in India – dat werk. Ook reisden ze als vrijwilligers met United Civilians for Peace naar Palestina. Gedurende drie maanden waren ze gestationeerd in de Gazastrook, terwijl de bommen soms letterlijk over hun hoofd vlogen.

Trots

Het is een kleine greep uit het rijke leven van mijn lieve moeder die maar 65 werd. Ze had het vast overdreven gevonden dat ik er, 17 jaar na haar overlijden, nog een stukje aan wijd. Zij was altijd zo bescheiden. En vooral zo vaak veel stoerder dan ik ooit zal zijn. Dus voor één keer wil ik op moederdag schaamteloos over haar opscheppen. Mijn bewondering niet onder stoelen of banken steken. Omdat ik haar helaas nooit verteld heb hoe trots ik op haar was. Dat mijn mama een groot voorbeeld was en is.

Vertroetelen

En iedereen die vandaag wel het geluk heeft om haar moeder op deze dag in de buurt te hebben: vertel haar wat je voelt. Vertroetel haar en vier het leven met haar! En bewaar dat niet alleen voor die tweede zondag van mei.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hoofdredacteur Hilmar Mulder: "Mijn mama was en is een groot voorbeeld"

Moederdag valt dit jaar op 9 mei en is dé dag om moeders eens flink in het zonnetje te zetten. Libelle-hoofdredacteur Hilmar Mulder schrijft over haar eigen moeder, voor wie ze veel bewondering heeft.

Of het nou een bosje bloemen uit eigen tuin was, zelfgemaakte jam of mislukte boterkoek: mijn moeder kwam nooit met lege handen. En ze stond altijd voor iedereen klaar.

Advertentie

Naaimachine

Zoals die keer in mijn laatste jaar aan de kunstacademie, waar ik de moderichting volgde. Vlak voor de eindstreep moesten nog een zestal kledingstukken worden gemaakt, wat natuurlijk nachtenlang doorwerken betekende. Geen nood! Gewapend met haar eigen naaimachine arriveerde ze in mijn studentenhok en bleef me vol goede moed assisteren tot het ochtendgloren.

Gezondheidszorg

Maar dat is klein bier vergeleken met de hele bups pleegkinderen die ze in de jaren daarvoor, naast haar werk in de wijkverpleging, in huis haalde. En ook zieken en bejaarden uit de buurt konden altijd op haar rekenen. Een ritje naar de fysio of een pannetje soep brengen vond ze niet meer dan normaal. In de laatste jaren voor hun pensioen ging ze samen met mijn vader aan de slag in de gezondheidszorg op het Cambodjaanse platteland.

Tijdelijke projecten

Terug in Nederland deden ze tijdelijke projecten: van het opzetten van zuigelingenzorg in Zimbabwe tot een onderzoek in een doven- en blindeninstituut in India – dat werk. Ook reisden ze als vrijwilligers met United Civilians for Peace naar Palestina. Gedurende drie maanden waren ze gestationeerd in de Gazastrook, terwijl de bommen soms letterlijk over hun hoofd vlogen.

Trots

Het is een kleine greep uit het rijke leven van mijn lieve moeder die maar 65 werd. Ze had het vast overdreven gevonden dat ik er, 17 jaar na haar overlijden, nog een stukje aan wijd. Zij was altijd zo bescheiden. En vooral zo vaak veel stoerder dan ik ooit zal zijn. Dus voor één keer wil ik op moederdag schaamteloos over haar opscheppen. Mijn bewondering niet onder stoelen of banken steken. Omdat ik haar helaas nooit verteld heb hoe trots ik op haar was. Dat mijn mama een groot voorbeeld was en is.

Vertroetelen

En iedereen die vandaag wel het geluk heeft om haar moeder op deze dag in de buurt te hebben: vertel haar wat je voelt. Vertroetel haar en vier het leven met haar! En bewaar dat niet alleen voor die tweede zondag van mei.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Sunita (49) werd na 22 ongeboren kinderen toch moeder: "Ik wist: jij hoort bij ons"

Na drie buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, zeven miskramen en zes kortstondige IVF-zwangerschappen accepteerde Sunita Changoe (49) dat ze geen moeder zou worden. Maar het liep anders.

“Op mijn 23e, ik studeerde nog, werd ik voor de eerste keer zwanger. Ik had een relatie maar dacht nog helemaal niet aan kinderen en slikte trouw de pil. Dat mijn zwangerschap als een verrassing kwam, is dus een understatement. Eenmaal bekomen van de schrik was ik bereid om al mijn plannen aan te passen aan de komst van een kindje. Maar in de zevende week werd ik overvallen door heftige, pijnlijke steken in mijn buik. Ik haastte me naar de Eerste Hulp en in het ziekenhuis bleek dat er sprake was van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Het vruchtje groeide niet in de baarmoeder, maar erbuiten. Levensgevaarlijk, want de eileider kon knappen en ik kon sterven. Er volgde meteen een operatie om de zwangerschap af te breken. Ik was ontzettend verdrietig want ik had me er helemaal op ingesteld dat ik een kind zou krijgen.”

Advertentie

Niet oprecht

“Een tijdje later werd ik opnieuw zwanger, wéér door de pil heen. Ook deze zwangerschap bleek buitenbaarmoederlijk te zijn. Tijdens de operatie verwijderde de chirurg een van mijn eileiders. Hij dacht dat het om dezelfde eileider ging als tijdens mijn eerste zwangerschap, maar dat was niet het geval. De arts gaf zijn fout toe en bood zijn excuses aan, maar ik voelde dat hij niet oprecht was. Hij wilde gewoon dat ik geen aanklacht in zou dienen. Dat was ik eerst wel van plan, maar daarmee zou ik mijn eileider niet terugkrijgen.”

Adopteren

“Eigenlijk had ik nooit de behoefte om zelf een kind op de wereld te zetten. Toen ik een jaar of negen was, zei ik al tegen mijn vader: ‘Ik ga uit elk werelddeel een kind adopteren’, maar op mijn 36e kreeg ik een relatie met Carlos en toen we drie jaar samen waren, wilden we een kindje. Adoptie zag Carlos niet zitten. Hij en zijn biologische broer zijn zelf geadopteerd uit Colombia, net als zijn zus van wie hij geen bloedverwant is. Zijn moeder heeft hij nooit gekend, hij weet alleen haar naam, verder niets. Zelfs niet op welke datum hij geboren is. Hierdoor heeft hij zich altijd ontworteld gevoeld.”

Verlies

“Mijn verlangen om zwanger te worden werd sterker na gesprekken met mijn vader. Hij zei: ‘Als je kinderen krijgt, leef je niet alleen je eigen leven, je geeft het ook door.’ Met mijn vruchtbaarheid was niets mis. Ik werd, zelfs met één eileider, meerdere keren zwanger. Maar aan mijn zwangerschappen kwam elke keer voortijdig een eind. Eén keer door wederom een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, andere keren door een miskraam. Een medische oorzaak werd niet gevonden. We gaven niet op. Ik onderging twee ivf-behandelingen en in anderhalf jaar tijd werd ik vijf keer zwanger, telkens van een tweeling. Steeds weer ging het mis en belandden we in een emotionele achtbaan: blijdschap, niet durven hopen, positief blijven, en dan het verdriet om het verlies.”

Schilderen

“Om de gebeurtenissen een plek te geven, ging ik schilderen. Een van mijn schilderijen staat in de slaapkamer. ‘Wat moet die sliert voorstellen?’ vragen mensen soms. Maar mijn zusje zag het meteen: daar staat een zwangere vrouw. Van haar kreeg ik een mooi kaartje met de treffende tekst: Soms ben je even zwanger omdat dat voldoende is voor een ziel. Dat vind ik een mooie gedachte. Sommige zieltjes zijn maar even op deze wereld en het is een geluk dat ik die dan even bij me mocht houden. Mijn ouders zijn van Aziatische afkomst en zij hebben me meegegeven dat er meer is dan we kunnen waarnemen, dat dingen gebeuren om een reden. Dat geeft berusting.”

Laatste kans

“Ik twijfelde over een derde ivf-behandeling, het is een enorme aanslag op je lijf. Maar toen mijn vader kwam te overlijden, besloot ik het toch nog een keer te proberen. In gedachten hoorde ik zijn woorden: ‘Geef je leven door.’ Carlos en ik spraken af: als het deze keer niet lukt, gaan we een Colombiaans kindje adopteren en de moeder op afstand ondersteunen. Opnieuw was ik zwanger van een tweeling. Hoewel het deze keer anders voelde en ik er vertrouwen in had, kreeg ik ook dit keer hevige bloedingen. Toeval of niet: in de nacht dat ik onze kindjes verloor, kreeg Carlos een appje van zijn zus: ze was bevallen van een gezonde zoon.”

Onverwacht verzoek

“Na deze miskraam namen we afscheid van onze kinderwens. We hadden het geprobeerd en het was goed zo. Maar het gezegde ‘als er een deur dichtgaat, opent er een raam’ bleek op ons van toepassing. Mijn schoonzus vroeg of wij voor haar zoontje Sebastiàn wilden zorgen. We waren totaal overvallen door haar vraag. We wisten wel dat de vader niet in beeld was en dat de zorg voor het kindje een uitdaging voor haar zou zijn, maar dit hadden we niet zien aankomen. Over de precieze reden waarom mijn schoonzus niet voor haar zoon kan zorgen wil ik hier niet uitweiden, dat is haar verhaal om te vertellen. Na lang overwegen stemden Carlos en ik ermee in om voor haar kind, ons neefje, te zorgen. Na een aantal gesprekken met Pleegzorg kregen we groen licht en toen ging het opeens snel. Sebastiàn was inmiddels ruim zeven maanden en woonde bij een christelijk crisispleeggezin. Op een maandag gingen we erheen om hem te ontmoeten. Zijn crisispleegmoeder liep met hem in haar armen naar ons toe. Het eerste wat ik dacht toen ik ze samen zag was: jij bent een heel lieve vrouw, maar Sebastiàn hoort bij ons, hij is ons neefje. Hij maakte meteen oogcontact, was enthousiast aan het bewegen. Ik nam hem in mijn armen en ervaarde de betekenis van ‘a bundle of joy‘. Dat was hij. Een schattige, prachtige, flinke, vrolijke baby.”

Mama en mamatua

“Ik ging na het bezoek snel naar een babywinkel en zei: ‘Ik krijg deze week een kind, kunnen jullie mij helpen?’ Twee dagen na de eerste ontmoeting kwam Sebastiàn met zijn crisispleegmoeder bij ons op bezoek en kreeg hij mijn babydekentje mee om aan mijn geur te wennen. Weer twee dagen later hadden we een baby in huis. In het begin weken we geen moment van zijn zijde. Als Sebastiàn sliep, hingen we boven zijn ledikantje. Want daar lag een prachtig ventje voor wie wij verantwoordelijk waren. ‘Wat lijkt hij op jullie’, zei iedereen die hem zag. Een buurvrouw kwam een cadeautje brengen. Ze dacht dat ik zelf bevallen was. Door de ivf-behandelingen had ik een dikkere buik, waaruit zij had opgemaakt dat ik zwanger was. Maar toen ze Sebastiàn zag, werden haar ogen zo groot als schoteltjes. ‘Hoe heb je díe eruit gekregen!’ riep ze. We hebben er hartelijk om gelachen.”

Tijdelijk

“We dachten dat de zorg voor Sebastiàn tijdelijk zou zijn: wij zorgen voor hem en als mijn schoonzus hier zelf weer toe in staat is, gaat hij terug naar haar. Zij zou zijn mama blijven, ik zijn mamatua, dat is Moluks voor oudere tante. Maar in de loop der maanden werd duidelijk dat er niets tijdelijks aan was. Mijn schoonzus vindt geborgenheid erg belangrijk en vroeg aan mij: ‘Wil je hem opvoeden als je eigen kind?’ Ik zei haar in alle eerlijkheid dat ik niet wist hoe het is om een eigen kind te hebben, maar dat ik hem heel veel liefde zal geven en hem altijd zal beschermen. Carlos en ik zijn nu Sebastiàns voogd, wij hebben het ouderlijk gezag, zijn moeder is ouder op afstand. Sebas heeft een vader en twee moeders: een moeder uit wier buik hij is gekomen en een moeder die voor hem zorgt. We houden alle drie van hem. Sebas noemt zijn biologische moeder Tía, dat is Spaans voor tante, met een moederlijke klank. Ze zien elkaar regelmatig en er is ruimte om een band op te bouwen.”

Extra liefde en aandacht

“Sebastiàn is inmiddels acht jaar, een heerlijk kind. Ik schrijf hem elke dag een berichtje waarin staat wat we die dag hebben gedaan en hoe veel ik van hem houd. Die berichtjes kan hij later altijd teruglezen, zodat hij weet dat hij geliefd is en dat er in hem wordt geloofd. Pleegkinderen en geadopteerde kinderen missen een solide basis, dus ik probeer de scheurtjes in de basis op te vullen met extra liefde en aandacht. Ik vertel hem ook dagelijks dat ik van hem houd. De ene keer antwoordt hij: ‘Ik ook van u, mama.’ De andere keer zegt hij plagend: ‘Mahaam, dat weet ik nou wel!’ Er was een tijd dat Sebas een grote broer wilde zijn. Als mijn buik opgezet was, zei hij tegen de juf dat hij een broertje of zusje kreeg. Maar dat zit er niet in. Ik heb 22 ongeboren kindjes, twee keer een elftal in de hemel. Mijn reis naar het moederschap was er een met obstakels en verre van gebruikelijk. Maar ik heb de juiste eindbestemming bereikt. Sebas zei laatst: ‘Mam, ik ben blij dat u geen kindjes van uzelf had. Want als u al andere kindjes had, had ik niet kunnen komen.’ Ik stelde hem gerust: ‘Ook al had ik andere kinderen, voor jou is er altijd plaats.'”

Libelle babbelt met 3 generaties: “Uiteindelijk ben ik hetzelfde als m’n moeder gaan doen”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Interview: Amanda van Schaik. Fotografie: Petronellanitta

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Sunita (49) werd na 22 ongeboren kinderen toch moeder: "Ik wist: jij hoort bij ons"

Na drie buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, zeven miskramen en zes kortstondige IVF-zwangerschappen accepteerde Sunita Changoe (49) dat ze geen moeder zou worden. Maar het liep anders.

“Op mijn 23e, ik studeerde nog, werd ik voor de eerste keer zwanger. Ik had een relatie maar dacht nog helemaal niet aan kinderen en slikte trouw de pil. Dat mijn zwangerschap als een verrassing kwam, is dus een understatement. Eenmaal bekomen van de schrik was ik bereid om al mijn plannen aan te passen aan de komst van een kindje. Maar in de zevende week werd ik overvallen door heftige, pijnlijke steken in mijn buik. Ik haastte me naar de Eerste Hulp en in het ziekenhuis bleek dat er sprake was van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Het vruchtje groeide niet in de baarmoeder, maar erbuiten. Levensgevaarlijk, want de eileider kon knappen en ik kon sterven. Er volgde meteen een operatie om de zwangerschap af te breken. Ik was ontzettend verdrietig want ik had me er helemaal op ingesteld dat ik een kind zou krijgen.”

Advertentie

Niet oprecht

“Een tijdje later werd ik opnieuw zwanger, wéér door de pil heen. Ook deze zwangerschap bleek buitenbaarmoederlijk te zijn. Tijdens de operatie verwijderde de chirurg een van mijn eileiders. Hij dacht dat het om dezelfde eileider ging als tijdens mijn eerste zwangerschap, maar dat was niet het geval. De arts gaf zijn fout toe en bood zijn excuses aan, maar ik voelde dat hij niet oprecht was. Hij wilde gewoon dat ik geen aanklacht in zou dienen. Dat was ik eerst wel van plan, maar daarmee zou ik mijn eileider niet terugkrijgen.”

Adopteren

“Eigenlijk had ik nooit de behoefte om zelf een kind op de wereld te zetten. Toen ik een jaar of negen was, zei ik al tegen mijn vader: ‘Ik ga uit elk werelddeel een kind adopteren’, maar op mijn 36e kreeg ik een relatie met Carlos en toen we drie jaar samen waren, wilden we een kindje. Adoptie zag Carlos niet zitten. Hij en zijn biologische broer zijn zelf geadopteerd uit Colombia, net als zijn zus van wie hij geen bloedverwant is. Zijn moeder heeft hij nooit gekend, hij weet alleen haar naam, verder niets. Zelfs niet op welke datum hij geboren is. Hierdoor heeft hij zich altijd ontworteld gevoeld.”

Verlies

“Mijn verlangen om zwanger te worden werd sterker na gesprekken met mijn vader. Hij zei: ‘Als je kinderen krijgt, leef je niet alleen je eigen leven, je geeft het ook door.’ Met mijn vruchtbaarheid was niets mis. Ik werd, zelfs met één eileider, meerdere keren zwanger. Maar aan mijn zwangerschappen kwam elke keer voortijdig een eind. Eén keer door wederom een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, andere keren door een miskraam. Een medische oorzaak werd niet gevonden. We gaven niet op. Ik onderging twee ivf-behandelingen en in anderhalf jaar tijd werd ik vijf keer zwanger, telkens van een tweeling. Steeds weer ging het mis en belandden we in een emotionele achtbaan: blijdschap, niet durven hopen, positief blijven, en dan het verdriet om het verlies.”

Schilderen

“Om de gebeurtenissen een plek te geven, ging ik schilderen. Een van mijn schilderijen staat in de slaapkamer. ‘Wat moet die sliert voorstellen?’ vragen mensen soms. Maar mijn zusje zag het meteen: daar staat een zwangere vrouw. Van haar kreeg ik een mooi kaartje met de treffende tekst: Soms ben je even zwanger omdat dat voldoende is voor een ziel. Dat vind ik een mooie gedachte. Sommige zieltjes zijn maar even op deze wereld en het is een geluk dat ik die dan even bij me mocht houden. Mijn ouders zijn van Aziatische afkomst en zij hebben me meegegeven dat er meer is dan we kunnen waarnemen, dat dingen gebeuren om een reden. Dat geeft berusting.”

Laatste kans

“Ik twijfelde over een derde ivf-behandeling, het is een enorme aanslag op je lijf. Maar toen mijn vader kwam te overlijden, besloot ik het toch nog een keer te proberen. In gedachten hoorde ik zijn woorden: ‘Geef je leven door.’ Carlos en ik spraken af: als het deze keer niet lukt, gaan we een Colombiaans kindje adopteren en de moeder op afstand ondersteunen. Opnieuw was ik zwanger van een tweeling. Hoewel het deze keer anders voelde en ik er vertrouwen in had, kreeg ik ook dit keer hevige bloedingen. Toeval of niet: in de nacht dat ik onze kindjes verloor, kreeg Carlos een appje van zijn zus: ze was bevallen van een gezonde zoon.”

Onverwacht verzoek

“Na deze miskraam namen we afscheid van onze kinderwens. We hadden het geprobeerd en het was goed zo. Maar het gezegde ‘als er een deur dichtgaat, opent er een raam’ bleek op ons van toepassing. Mijn schoonzus vroeg of wij voor haar zoontje Sebastiàn wilden zorgen. We waren totaal overvallen door haar vraag. We wisten wel dat de vader niet in beeld was en dat de zorg voor het kindje een uitdaging voor haar zou zijn, maar dit hadden we niet zien aankomen. Over de precieze reden waarom mijn schoonzus niet voor haar zoon kan zorgen wil ik hier niet uitweiden, dat is haar verhaal om te vertellen. Na lang overwegen stemden Carlos en ik ermee in om voor haar kind, ons neefje, te zorgen. Na een aantal gesprekken met Pleegzorg kregen we groen licht en toen ging het opeens snel. Sebastiàn was inmiddels ruim zeven maanden en woonde bij een christelijk crisispleeggezin. Op een maandag gingen we erheen om hem te ontmoeten. Zijn crisispleegmoeder liep met hem in haar armen naar ons toe. Het eerste wat ik dacht toen ik ze samen zag was: jij bent een heel lieve vrouw, maar Sebastiàn hoort bij ons, hij is ons neefje. Hij maakte meteen oogcontact, was enthousiast aan het bewegen. Ik nam hem in mijn armen en ervaarde de betekenis van ‘a bundle of joy‘. Dat was hij. Een schattige, prachtige, flinke, vrolijke baby.”

Mama en mamatua

“Ik ging na het bezoek snel naar een babywinkel en zei: ‘Ik krijg deze week een kind, kunnen jullie mij helpen?’ Twee dagen na de eerste ontmoeting kwam Sebastiàn met zijn crisispleegmoeder bij ons op bezoek en kreeg hij mijn babydekentje mee om aan mijn geur te wennen. Weer twee dagen later hadden we een baby in huis. In het begin weken we geen moment van zijn zijde. Als Sebastiàn sliep, hingen we boven zijn ledikantje. Want daar lag een prachtig ventje voor wie wij verantwoordelijk waren. ‘Wat lijkt hij op jullie’, zei iedereen die hem zag. Een buurvrouw kwam een cadeautje brengen. Ze dacht dat ik zelf bevallen was. Door de ivf-behandelingen had ik een dikkere buik, waaruit zij had opgemaakt dat ik zwanger was. Maar toen ze Sebastiàn zag, werden haar ogen zo groot als schoteltjes. ‘Hoe heb je díe eruit gekregen!’ riep ze. We hebben er hartelijk om gelachen.”

Tijdelijk

“We dachten dat de zorg voor Sebastiàn tijdelijk zou zijn: wij zorgen voor hem en als mijn schoonzus hier zelf weer toe in staat is, gaat hij terug naar haar. Zij zou zijn mama blijven, ik zijn mamatua, dat is Moluks voor oudere tante. Maar in de loop der maanden werd duidelijk dat er niets tijdelijks aan was. Mijn schoonzus vindt geborgenheid erg belangrijk en vroeg aan mij: ‘Wil je hem opvoeden als je eigen kind?’ Ik zei haar in alle eerlijkheid dat ik niet wist hoe het is om een eigen kind te hebben, maar dat ik hem heel veel liefde zal geven en hem altijd zal beschermen. Carlos en ik zijn nu Sebastiàns voogd, wij hebben het ouderlijk gezag, zijn moeder is ouder op afstand. Sebas heeft een vader en twee moeders: een moeder uit wier buik hij is gekomen en een moeder die voor hem zorgt. We houden alle drie van hem. Sebas noemt zijn biologische moeder Tía, dat is Spaans voor tante, met een moederlijke klank. Ze zien elkaar regelmatig en er is ruimte om een band op te bouwen.”

Extra liefde en aandacht

“Sebastiàn is inmiddels acht jaar, een heerlijk kind. Ik schrijf hem elke dag een berichtje waarin staat wat we die dag hebben gedaan en hoe veel ik van hem houd. Die berichtjes kan hij later altijd teruglezen, zodat hij weet dat hij geliefd is en dat er in hem wordt geloofd. Pleegkinderen en geadopteerde kinderen missen een solide basis, dus ik probeer de scheurtjes in de basis op te vullen met extra liefde en aandacht. Ik vertel hem ook dagelijks dat ik van hem houd. De ene keer antwoordt hij: ‘Ik ook van u, mama.’ De andere keer zegt hij plagend: ‘Mahaam, dat weet ik nou wel!’ Er was een tijd dat Sebas een grote broer wilde zijn. Als mijn buik opgezet was, zei hij tegen de juf dat hij een broertje of zusje kreeg. Maar dat zit er niet in. Ik heb 22 ongeboren kindjes, twee keer een elftal in de hemel. Mijn reis naar het moederschap was er een met obstakels en verre van gebruikelijk. Maar ik heb de juiste eindbestemming bereikt. Sebas zei laatst: ‘Mam, ik ben blij dat u geen kindjes van uzelf had. Want als u al andere kindjes had, had ik niet kunnen komen.’ Ik stelde hem gerust: ‘Ook al had ik andere kinderen, voor jou is er altijd plaats.'”

Libelle babbelt met 3 generaties: “Uiteindelijk ben ik hetzelfde als m’n moeder gaan doen”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Interview: Amanda van Schaik. Fotografie: Petronellanitta

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien